Categorie: P woorden

  • Pergamus

    Een stad in Mysië, in het n.w. van Klein-Azië met o.a. bibliotheken (vandaar het woord perkament; 2 Tim. 4:13) en tempels van Zeus -de Redder, Asklepios -de Genezer (de stad wordt wel het Lourdes van de oudheid genoemd) en van Augustus de Keizer en de godin Roma. Johannes noemt Pergamus dan ook een plaats waar de troon van de satan staat (Openb. 2:13).

  • Perge

    Een stad in Pamfylië, het zo. deel van Klein-Azië, waar Paulus het woord voerde op zijn le reis (Hand. 13:13; 14:25).

  • Perizzieten

    omschrijving volgt

  • Pers

    Inwoner van Perzië o.a. van het rijk van Darius (Neh. 12:22), waarin Daniël leefde na de val van Babylon (538 v. Chr., Dan. 6:29). De geschiedenis van Ester en Mordekai speelt zich af in het land der Perzen.

  • Pest

    In de LXX meest met het woord thanatos (= dood) aangeduid. Hieruit blijkt wel hoe fataal deze ziekte was (Ex. 9:15; Lev. 26:25; Deut. 28:21; Jer. 21:6 v. etc.). De uitroep: ‘dood waar zijn uw pestziekten, waar is uw verderf, o dodenrijk’ getuigt van een goddelijke triomf over deze doods-machten (Hos. 13:14; 1 Kor. 15:55; Ps. 91:6).

  • Petrus

    Aram. Kefas = rots, bijnaam van Sinion, de zoon van Jona (Matt. 16:17) een Galilese visser, een van de eerste en belangrijkste discipelen van Jezus (Matt. 8:14; 10:2; Joh. 21:15-20; 1 Kor. 9:5). Als Petrus Jezus als de Messias heeft aangewezen, zegt deze: ‘op deze Petra (= rots) zal ik mijn gemeente bouwen (Matt. 16:18). Hij had een leidende positie in de gemeente van Jeruzalem (Hand. 1:15-5:42), en werkte in Samaria (Hand. 8:14-25), in Lydda (9:32-35), Joppe (9:36 w) en Caesarea (Hand. 10:111:18). Twee brieven van Petrus vinden we in de bijbel. Hij zou in Rome ten tijde van Nero ter dood zijn gebracht.

  • Pijl

    Pijl en boog zijn in de oudheid geduchte wapens, in het bijzonder wanneer brandende pijlen worden afgeschoten (Spr. 26:18; Ef. 6:16). De bliksem en de zonnesteek worden wel Gods pijlen genoemd (Ps. 77:18, 91:5). Bestraffende, harde woorden zijn met pijlen die raak schieten vergeleken (Ps. 64:8; Jes. 49:2; Jer. 9:8). In Ps. 127:4 worden ook flinke kinderen voor een vader gelijkgesteld met dit doeltreffend wapen.

  • Paulus

    De kleine, Hebr. Sja-oel (Saul), Israëliet uit de stam Benjamin, geboren in Tarsus (Cilicië, Klein-Azië, Hand. 9:11), Romeins burger, schriftgeleerde en farizeeër (Fil. 3:5), leerling van de beroemde Gamaliël, vervolger van de christelijke gemeente, aan men Jezus zich openbaarde bij Damascus (Hand. 9:3 w). Hij wordt gedoopt en verkondigt het evangelie als een knecht van de HEER in Klein-Azië, Griekenland en Rome. Hij is de apostel der volken die zich eerst tot zijn landgenoten richt en daarna tot de niet-Joden, en die na bewogen discussies in Jeruzalem bewerkt dat heidenen die gedoopt worden ontheven worden van de plicht de joodse wet te houden (besnijdenis, spijsregels, Hand. 15:5-21). Paulus wordt wegens rellen in Jeruzalem door Romeinen gevangen genomen (Hand. 21:27, 58 n. Chr.) en naar Rome gebracht, waar hij waarschijnlijk in 67 n. Chr. sterft. De gemeenten die hij stichtte op zijn 3 reizen, onderrichtte hij ook door brieven (Romeinen, Korinthiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, Tessalonicenzen en Filemon). Achter Paulus’ auteurschap van 2 Tessalonicenzen, Efeziërs, Kolossenzen, Timoteüs en Titus worden door sommigen vraagtekens gezet.