Zie: Dieren
Categorie: N woorden
-
Nob
Hoogte, priesterstad in Benjamin (Jes. 10:32) waar David geholpen wordt als hij moet vluchten (1 Sam. 21:4-9; vgl. Matt. 12:3 v). Het stadje wordt daarvoor door Saul meedogenloos gestraft (1 Sam. 22:6-23).
-
Nof
Verkorting van men-no-fer = schone verblijfplaats, de Egyptische stad Memphis (Jes. 19:13) waar zich een kolonie gevluchte Judeeërs bevindt (Jer. 44:1; Ez. 30:13 w).
-
Noorden
Doordat voor Israël de meeste dreigingen uit het n. kwamen (Assur, Babel, Syrië) suggereert ‘het noorden’ iets als ‘de vijand’ (Jes. 14:31; 41:25; Jer. 1:14; 4:6; 47:2; Sef. 2:13). Een oude voorstelling, die ook in Israël leefde, was die van de godenberg in het noorden (Jes. 14:13 v; Ps. 48:3).
-
Numeri
Gr. arithmoi = getallen, de Hebr. naam van dit 4e bijbelboek is Bammidbaar = in de woestijn (Num. 1:1). De titel ‘Getallen’ diende zich aan doordat in de hoofdstukken 1 en 26 sprake is van volkstellingen. De Hebr. naam refereert aan het feit dat het grootste deel van het boek zich afspeelt in de woestijn Sinaï.
-
Nun
Vis, vader van Jozua, de opvolger van Mozes, een Efraïmiet (Ex. 33:11; Joz. 1:1; 1 Kron. 7:27).
-
Nieuw
Wanneer Prediker verzucht dat er niets nieuws onder de zon is (1:9 v), vergeet hij dat het leven niet altijd volgens eeuwige natuurwetten verloopt, maar soms het ongekende vertoont door goddelijk handelen. Het nieuwe wordt in de bijbel vaak in verband gebracht met het scheppen van de HEER, bv. het openscheuren van de aarde om Korach en de zijnen te verzwelgen (Num. 16:30), dat de vrouw (di. Israël) om de man (di. God) heendanst (Jer. 31:22), dat mensen op een geheel andere manier met God verbonden zullen zijn, doordat ze intuïtief volgens zijn inzettingen leven (Jer. 31:31-34; Ez. 36:26 v). Het nieuwe lied is de weerklank van de nieuwe, bevrijdende daden van de HEER (Ps. 33:3; 96:1; 98:1; Jes. 42:9,10; Openb. 65:9). In het bijzonder heten nieuw de hemel en de aarde, waar blijdschap is en welzijn, het rijk van de vrede (Jes. 65:17-25; 2 Petr. 3:13; Openb. 21:1). In het n.t. heten de leer van Jezus (Mare. 1:27; Hand. 17:19), zijn gebod (Joh. 13:34) en verbond (1 Kor. 11:25; Hebr. 9:15) nieuw. Mensen zijn ‘in Christus’ nieuw, een nieuwe schepping (2 Kor. 5:17; Gal. 6:15; Ef. 2:15; 4:24). Het is God, die op de troon gezeten, belooft: Zie, ik maak alles nieuw (Openb. 21:5).
-
Nijl
De grote rivier van Egypte die in de geschiedenis van Mozes een belangrijke rol speelt (Ex. 1:3 w; 7:15 w; 8:3 w; Ps. 78:44). Hij is het onderwerp van de groot-spraak van Sanherib (Jes. 37:25) en boetpredikaties van profeten (Jes. 19:6; Ez. 30:12).