Categorie: D woorden

  • Dorp

    De ommuurde woonplaatsen zijn steden en de niet-ommuurde heten dorpen (Lev. 25:29, 31). Dorpen met hun akkerland horen vaak tot het verzorgingsgebied van een stad, onder welks bescherming men stond (Joz. 13:23, 28; 15:32; 1 Kron. 6:56). Ze werden wel zijn ‘dochters’ genoemd (Joz. 17:11; Richt. 11:26). In het n.t. zijn bekend het dorp Emmaüs (Luc. 24:13) en het dorp van Maria en Marta, Betanië (Joh. 11:1).

  • Dorst

    Het lessen van de dorst, zelfs van de vijand, is een vanzelfsprekende liefde-daad (Spr. 25:21; Matt. 25:35; Rom. 12:20). In het dorre land kan het versmachtende volk door Gods hulp zich telkens weer met water laven. (Deut. 8:15; Jes. 48:21). Het lijden van Jezus aan het kruis blijkt uit zijn roep: ‘Ik heb dorst’ (Joh. 19:28). ‘Dorst hebben’ is ook een uitdrukking voor het sterke verlangen naar de hulp en het woord van God (Ps. 42:2 v; 63:2; 143:6; Am. 8:11; Matt. 5:6; Openb. 22:17).

  • Drempel

    De dorpel of de drempel van het heiligdom markeert de bijzondere betekenis van de ingang. God woont in het verborgene en Hij openbaart zich op de grens van de mensenwereld (Ex. 33:10; Ez. 9:3; 10:4; vgl. Jes. 6:4). Het staan aan de drempel van het huis van God tekent de bereidheid om het woord van God te horen (Ps. 84:11). In bepaalde streken is de drempel van een huis een plek waar demonen vertoeven. Men zal dan niet op de drempel stappen (Sef. 1:9; vgl. 1 Sam. 5:5).

  • Drie

    Zoals een verdubbeling van handeling een versterking ervan suggereert twee, is ook het driemalige spreken en doen een intensivering ervan, een uiterste completering. Bileam heeft de ezel driemaal geslagen (dat is meer dan genoeg, Num. 22:28); Simson heeft Delila driemaal bedrogen (Richt. 16:15); Elia heeft zich driemaal over het kind uitgestrekt (1 Kon. 17:21); Petrus heeft Jezus driemaal verloochend (Matt. 26:34). Een uitspraak staat vast door twee of drie getuigen (Deut. 17:6; 19:15; Matt. 18:16). Drie is het getal der volledigheid: de 3 zonen van Noach zijn de stamvaders der mensheid; Bileam zegent Israël driemaal (Num. 24:10); de priesterzegen in Num. 6 bestaat uit drie tweedelige zinnen; Elia giet driemaal water uit over het altaar (1 Kon. 18:34). Zeer nadrukkelijk wordt de drievoudige herhaling: de tempel, de tempel, de tempel des HEREN is dit (Jer. 7:4; vgl. 22:29; Ez. 21:27). De serafiem zingen het trishagion, het driemaal heilig (Jes. 6:3). Jezus bidt driemaal in Gethsémané (Matt. 26:44; vgl. 2 Kor. 12:8); Jezus verschijnt driemaal aan Zijn discipelen (Joh. 21:14). Over Zijn verrijzenis wordt drievoudige zekerheid verschaft. Een dag is uitgerekt tot uiterste volledigheid als gesproken wordt van gisteren en de derde dag (vertaald met eergisteren). Overmorgen is de derde dag (1 Kon. 3:18). Na twee, drie dagen is de maat van het lijden vol, dan wordt het volk opgericht (Hos. 6:2). Zo is het dood-zijn van Jezus volledig en wordt Hij opgewekt op de derde dag, na drie dagen (Matt. 20:19; Marc. 10:34). N.a.v. de opmerking, dat Abraham op de derde dag de berg Moria zag (Gen. 22:4) is in het joodse leerhuis gezegd dat de derde dag in de bijbel een dag is van redding en heil. Er wordt dan gewezen op Hos. 6:2, op Jozef (Gen. 42:18), op de openbaring van God op de Sinaï (Ex. 19:16), het ontsnappen van de verspieders (Joz. 2:16), het verblijf van Jona in de buik van de vis (Jona 1:17), de redding van het volk door Ester (Est. 5:1). De compleetheid van God wordt benadrukt, doordat bij de Godsverschijning van één en drie (engelen) gesproken wordt (Gen. 18:2; vgl. 10). Het spreken over God als Vader, Zoon en Geest onderstreept de volheid van de Ene (Matt. 28:19; 1 Joh. 5:7). Ook in de joodse en christelijke traditie speelt het getal drie een grote rol.

  • Droom

    In de bijbelse geschiedenis wordt dikwijls van dromen verteld, die een bepaalde situatie verhelderen, van voorspellende en openbaringsdromen. We denken aan de dromen van Jakob (Gen. 28:12; Gen. 31:10 v), van Jozef die aartsdromer wordt genoemd (Gen. 37:5 vv), van de schenker en de bakker (Gen. 40:5 vv), de Farao (Gen. 41:5 vv), van de Midjaniet (Richt. 7:13), Salomo (1 Kon. 3:5, 15), van Nebukadnessar (Dan. 2 en 4), van Daniël (Dan. 7), van Jozef (Matt. 1:20; 2:13, 19), de wijzen uit het Oosten (Matt. 2:12, 22) en de vrouw van Pilatus (Matt. 27:19). Niet altijd, maar herhaaldelijk gaat het om dromen die uitlegging behoeven. Jozef en Daniël zijn wijze droomverklaarders. In Num. 12:6 lezen we dat God door gezichten en dromen zich aan profeten openbaart (vgl. 1 Sam. 28:6, 15). Op het pinksterfeest wordt Joel 2:28 realiteit, dat nl. de hele gemeente van Israël door de droom ontvanger van de openbaring wordt (Hand. 2:19). Maar men kan niet stellen dat dromen in het algemeen op inspiratie van de Geest berusten. Dromen zijn vluchtig, gedachtenspinsels (Job 20:8; Ps. 73:20; Pred. 5:2-6), ze zijn bedrog (in de verhalen van de valse profeten, Jer. 23:27 vv; Zach. 10:2).

  • Doden (ter dood brengen)

    De doodstraf is in Israël de strafmaat voor verschillende misdaden. De rechter zal dit vonnis uitspreken in geval van moord (Ex. 21:14; Deut. 19:11-13), mensenroof (Ex. 21:6, dief) het brengen van kinderoffers (Lev. 20:2) en valse getuigenis (Deut. 19:21). Voorts inzake tovenarij (Ex. 22:18), copulatie met een dier (Ex. 22:19) en verleiding tot afgoderij (Deut. 13:5). Ook de vervloeking van de ‘Naam’ (Lev. 24:14), het schenden van de sjabbat (Num. 15:32 w), echtbreuk (Lev. 20:10), de gemeenschap met bepaalde familieleden (Lev. 20:14); homoseksuele relaties (Lev. 20:13) zijn halszaken. Vervloeking van ouders (Ex. 21:17; Lev. 20:9) en vergaande ongehoorzaamheid (Deut. 21:18-21), ook majesteitsschennis (1 Kon. 2:25, 29 vv; Jer. 26:23) worden met de dood bestraft. Het vonnis wordt ten uitvoer gebracht door steniging (Ex. 19:13; Lev. 20:2), verbranding (Lev. 20:14; 21:9) of zwaardhouw (1 Kon. 2:25; Jer. 26:23). In later tijd horen we van kruisiging (Hand. 2:23), een Romeinse straf. De motivering van de doodstraf is dat het kwaad uit het midden van Israël uitgesneden wordt (Deut. 13:6; 17:7 etc.), of dat het bloed van de onschuldig vermoorde uit Israël wordt verwijderd (Deut. 19:13; 21:19). Algemeen wordt aangenomen dat veel strenge regels vooral theorie waren en minder praktisch toepassing vonden.