Categorie: D namen

  • Dura

    Betekenissen

    Dura betekent waarschijnlijk: ommuurde plaats, vesting, beschermde nederzetting of versterkte vlakte.

    Classificatie

    Plaatsnaam

    Datering

    Periode van de Babylonische ballingschap, 6e eeuw v.Chr.

    Naam in het Hebreeuws

    Aramees: דּוּרָא (Dūrā’)

    Naam in het Grieks

    Δουρα (Doura)

    Strongnummers

    Hebreeuws: H1757
    Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

    Etymologische gegevens

    Dura is afkomstig uit het Aramees en betekent een ommuurde plaats, vesting of versterkte nederzetting. De naam werd gebruikt voor meerdere plaatsen in het oude Mesopotamië en wijst op een beschermd gebied.

    Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

    in de Statenvertaling: Dura
    in de Herziene Statenvertaling: Dura
    in de King James vertaling: Dura

    Symbolische betekenis

    Dura symboliseert de confrontatie tussen menselijke macht en trouw aan God. De plaats herinnert aan de weigering van Sadrach, Mesach en Abed-Nego om een afgodsbeeld te aanbidden.

    Bijbelse Stam

    Niet van toepassing.

    Familie

    RelatieGegevens
    VaderNiet van toepassing
    MoederNiet van toepassing
    BroersNiet van toepassing
    ZussenNiet van toepassing
    VrouwNiet van toepassing
    ManNiet van toepassing
    ZonenNiet van toepassing
    DochtersNiet van toepassing

    Een korte omschrijving

    Dura was een vlakte in het Babylonische rijk waar koning Nebukadnezar een groot gouden beeld liet oprichten. Alle hoge functionarissen van het rijk moesten voor dit beeld neerbuigen zodra muziek klonk. Sadrach, Mesach en Abed-Nego weigerden echter afgoderij te bedrijven en bleven trouw aan de God van Israël. Daarom werden zij in een brandende vuuroven geworpen, maar God beschermde hen wonderbaarlijk. Dura kreeg hierdoor een blijvende plaats in de Bijbelse geschiedenis als locatie waar geloofsmoed, gehoorzaamheid aan God en goddelijke bescherming zichtbaar werden.

    De naam komt voor in de Bijbelverzen

    Daniël 3:1

  • Duma

    Betekenissen

    Duma betekent: stilte, zwijgen, rust of stil land.

    Classificatie

    Eigennaam (man)
    Plaatsnaam
    Naam van een gebied

    Datering

    Aartsvaderlijke periode en de tijd van de profeten, circa 20e tot 8e eeuw v.Chr.

    Naam in het Hebreeuws

    דּוּמָה (Dūmāh)

    Naam in het Grieks

    Δουμα (Douma)

    Strongnummers

    Hebreeuws: H1746
    Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

    Etymologische gegevens

    Duma is afgeleid van een Hebreeuwse wortel die “stil zijn”, “zwijgen” of “rusten” betekent. De naam komt voor als persoon, als stamgebied van een Ismaëlitische familie en als profetische aanduiding van een gebied in Arabië.

    Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

    in de Statenvertaling: Duma
    in de Herziene Statenvertaling: Duma
    in de King James vertaling: Dumah

    Symbolische betekenis

    Duma symboliseert stilte, afwachting en het zwijgen dat voorafgaat aan Gods oordeel. In profetische context roept de naam het beeld op van een volk dat wacht op een goddelijk antwoord.

    Bijbelse Stam

    Niet van toepassing

    Familie

    RelatieGegevens
    VaderIsmaël
    MoederNiet vermeld
    BroersNebajoth, Kedar, Adbeël, Mibsam, Misma, Massa, Hadar, Tema, Jetur, Nafis, Kedma
    ZussenNiet vermeld
    VrouwNiet vermeld
    ManNiet van toepassing
    ZonenNiet vermeld
    DochtersNiet vermeld

    Een korte omschrijving

    Duma was één van de twaalf zonen van Ismaël en werd stamvader van een Arabische stam en het bijbehorende gebied dat zijn naam droeg. De naam komt voor in de geslachtsregisters van Genesis en Kronieken. Daarnaast wordt Duma genoemd in een profetie van Jesaja, waar de naam verwijst naar een gebied in Arabië dat een boodschap van oordeel ontvangt. Hierdoor heeft Duma zowel een genealogische als geografische betekenis in de Bijbel. De naam wordt geassocieerd met stilte, wachten en de ernstige toon van profetische waarschuwingen.

    De naam komt voor in de Bijbelverzen

    Genesis 25:14, Jozua 15:52, 1 Kronieken 1:30, Jesaja 21:11

  • Dûdaïm

    Betekenissen

    Dûdaïm betekent waarschijnlijk: liefdesappelen, mandragora’s of liefdewekkende planten.

    Classificatie

    Objectnaam

    Datering

    Aartsvaderlijke periode en de tijd van het Hooglied, circa 20e tot 10e eeuw v.Chr.

    Naam in het Hebreeuws

    דּוּדָאִים (Dûdā’îm)

    Naam in het Grieks

    Μανδραγόραι (Mandragorai)

    Strongnummers

    Hebreeuws: H1736
    Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

    Etymologische gegevens

    Dûdaïm is afgeleid van dezelfde Hebreeuwse wortel als dod, wat “liefde” of “geliefde” betekent. De naam werd gebruikt voor de mandragoraplant, die in de oudheid werd geassocieerd met liefde, vruchtbaarheid en verlangen.

    Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

    in de Statenvertaling: Dudaim
    in de Herziene Statenvertaling: liefdesappels
    in de King James vertaling: mandrakes

    Symbolische betekenis

    Dûdaïm symboliseert liefde, verlangen, vruchtbaarheid en de menselijke hoop op nieuw leven. In de Bijbelse beeldspraak staat de plant voor genegenheid en huwelijksliefde.

    Bijbelse Stam

    Niet van toepassing.

    Familie

    RelatieGegevens
    VaderNiet van toepassing
    MoederNiet van toepassing
    BroersNiet van toepassing
    ZussenNiet van toepassing
    VrouwNiet van toepassing
    ManNiet van toepassing
    ZonenNiet van toepassing
    DochtersNiet van toepassing

    Een korte omschrijving

    Dûdaïm zijn planten die meestal worden geïdentificeerd als mandragora’s of liefdesappelen. In het boek Genesis vond Ruben deze planten tijdens de oogsttijd en bracht ze naar zijn moeder Lea. Rachel verlangde naar de planten, waarop een overeenkomst tussen beide vrouwen volgde. In het Hooglied worden de dûdaïm genoemd als geurige planten die de sfeer van liefde en romantiek versterken. Door hun bijzondere geur en hun reputatie in de oudheid werden zij in verband gebracht met liefde, vruchtbaarheid en kinderzegen. De Bijbelse vermeldingen tonen vooral hoe sterk deze symbolische betekenis in de oud-oosterse cultuur aanwezig was.

    De naam komt voor in de Bijbelverzen

    Genesis 30:14, Genesis 30:15, Genesis 30:16, Hooglied 7:13

  • Drusilla

    Betekenissen

    Drusilla betekent waarschijnlijk: dauwfris, met dauw bedekt of verkwikkend als dauw. De naam is van Latijnse oorsprong.

    Classificatie

    Eigennaam (vrouw)

    Datering

    Nieuwtestamentische periode, 1e eeuw na Christus.

    Naam in het Hebreeuws

    Geen oorspronkelijke Hebreeuwse vorm bekend.

    Naam in het Grieks

    Δρουσίλλα (Drousilla)

    Strongnummers

    Hebreeuws: geen
    Grieks: G1409

    Etymologische gegevens

    Drusilla is een Latijnse verkleinvorm van de Romeinse familienaam Drusus. De naam werd gebruikt binnen de Romeinse en Herodiaanse adel en kwam via de Grieks-Romeinse cultuur in het Nieuwe Testament terecht.

    Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

    in de Statenvertaling: Drusilla
    in de Herziene Statenvertaling: Drusilla
    in de King James vertaling: Drusilla

    Symbolische betekenis

    Drusilla symboliseert de confrontatie tussen wereldse macht en geestelijke waarheid. Haar vermelding in het Nieuwe Testament herinnert aan de oproep tot bekering en rechtvaardigheid.

    Bijbelse Stam

    Niet van toepassing

    Familie

    RelatieGegevens
    VaderHerodes Agrippa I
    MoederCypros
    BroersAgrippa II
    ZussenBerenice, Mariamne
    VrouwNiet van toepassing
    ManFelix
    ZonenAgrippa
    DochtersNiet vermeld

    Een korte omschrijving

    Drusilla was een Joodse prinses uit de Herodiaanse dynastie en de echtgenote van de Romeinse stadhouder Felix. Zij wordt genoemd tijdens de gevangenschap van de apostel Paulus in Caesarea. Samen met Felix luisterde zij naar Paulus’ onderwijs over geloof in Christus, rechtvaardigheid, zelfbeheersing en het toekomstige oordeel. Hoewel de Bijbel geen melding maakt van haar reactie op de prediking, vormt haar aanwezigheid een belangrijk onderdeel van het getuigenis dat Paulus gaf aan invloedrijke politieke leiders. Drusilla vertegenwoordigt de ontmoeting tussen de vroege christelijke boodschap en de politieke elite van haar tijd.

    De naam komt voor in de Bijbelverzen

    Handelingen 24:24

  • Dôr

    Betekenissen

    Dôr betekent waarschijnlijk: woning, verblijfplaats, nederzetting of woongebied.

    Classificatie

    Plaatsnaam

    Naam van een gebied

    Datering

    Vermeld vanaf de Kanaänitische periode vóór de intocht van Israël en vervolgens gedurende de tijd van de richteren en de koningen.

    Naam in het Hebreeuws

    דֹּאר (Dōr)

    Naam in het Grieks

    Δωρ (Dōr)

    Strongnummers

    Hebreeuws: H1756
    Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

    Etymologische gegevens

    De naam Dôr is waarschijnlijk afgeleid van een Hebreeuwse wortel die verwijst naar wonen, verblijven of zich vestigen. De naam duidt op een woonplaats, nederzetting of bewoond gebied.

    Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

    in de Statenvertaling: Dôr
    in de Herziene Statenvertaling: Dor
    in de King James vertaling: Dor

    Symbolische betekenis

    Dôr symboliseert vestiging, rust, erfdeel en zekerheid. Als kuststad en gebied binnen het beloofde land vertegenwoordigt de naam de plaats waar een volk zich duurzaam kan vestigen onder Gods voorziening.

    Bijbelse Stam

    Manasse.

    Familie

    RelatieGegevens
    VaderNiet van toepassing
    MoederNiet van toepassing
    BroersNiet van toepassing
    ZussenNiet van toepassing
    VrouwNiet van toepassing
    ManNiet van toepassing
    ZonenNiet van toepassing
    DochtersNiet van toepassing

    Een korte omschrijving

    Dôr was een belangrijke Kanaänitische havenstad aan de Middellandse Zee en tevens de naam van het omliggende kustgebied. Bij de verovering van Kanaän had Dôr een eigen koning. De stad en haar omgeving werden later toegewezen aan de stam Manasse. Door haar gunstige ligging aan zee speelde Dôr een belangrijke rol in handel, bestuur en regionale economie. Tijdens de regering van Salomo maakte het gebied deel uit van een bestuurlijk district. In de Bijbel wordt Dôr zowel genoemd als stad als voor het omliggende gebied. De naam heeft daardoor geografische, historische en bestuurlijke betekenis binnen het Oude Testament.

    De naam komt voor in de Bijbelverzen

    Jozua 11:2, Jozua 12:23, Jozua 17:11, Richteren 1:27, 1 Koningen 4:11, 1 Kronieken 7:29

  • Dofka

    Betekenissen

    Dofka betekent waarschijnlijk: kloppen, hameren, smidse of plaats van metaalbewerking.

    Classificatie

    Plaatsnaam

    Datering

    Periode van de woestijnreis van Israël na de uittocht uit Egypte, circa 15e tot 13e eeuw v.Chr.

    Naam in het Hebreeuws

    דָּפְקָה (Dofqāh)

    Naam in het Grieks

    Δαφκα (Daphka)

    Strongnummers

    Hebreeuws: H1850
    Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

    Etymologische gegevens

    Dofka is afgeleid van een Hebreeuwse wortel die “slaan”, “kloppen” of “hameren” betekent. De naam wordt vaak in verband gebracht met metaalwinning of metaalbewerking in de Sinaïstreek.

    Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

    in de Statenvertaling: Dofka
    in de Herziene Statenvertaling: Dofka
    in de King James vertaling: Dophkah

    Symbolische betekenis

    Dofka symboliseert vorming, beproeving en voorbereiding. Zoals metaal door hameren wordt gevormd, verwijst de naam naar de geestelijke vorming van Israël tijdens de woestijnreis.

    Bijbelse Stam

    Niet van toepassing.

    Familie

    RelatieGegevens
    VaderNiet van toepassing
    MoederNiet van toepassing
    BroersNiet van toepassing
    ZussenNiet van toepassing
    VrouwNiet van toepassing
    ManNiet van toepassing
    ZonenNiet van toepassing
    DochtersNiet van toepassing

    Een korte omschrijving

    Dofka was een legerplaats van de Israëlieten tijdens hun tocht door de woestijn na de uittocht uit Egypte. De plaats lag tussen de legerplaatsen Alus en Rafidim en wordt vermeld in de opsomming van de reisroutes van Israël. Over gebeurtenissen die specifiek in Dofka plaatsvonden vermeldt de Bijbel geen bijzonderheden. De naam wordt vaak verbonden met metaalbewerking of mijnactiviteiten in de Sinaïregio. Hierdoor wordt Dofka gezien als een plaats die herinnert aan Gods leiding tijdens de reis en aan de vorming van Zijn volk in de periode tussen bevrijding en intocht in het beloofde land.

    De naam komt voor in de Bijbelverzen

    Numeri 33:12, Numeri 33:13

  • Doëg

    Betekenissen

    Doëg betekent waarschijnlijk: bezorgd, vreesachtig, onrustig of angstig.

    Classificatie

    Eigennaam (man)

    Datering

    Periode van koning Saul en koning David, circa 11e eeuw v.Chr.

    Naam in het Hebreeuws

    דּוֹאֵג (Dō’ēg)

    Naam in het Grieks

    Δωηκ (Dōēk)

    Strongnummers

    Hebreeuws: H1673
    Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

    Etymologische gegevens

    Doëg is afgeleid van een Hebreeuwse wortel die “zich zorgen maken”, “bezorgd zijn” of “vrezen” betekent. De naam draagt het idee van onrust of voortdurende bezorgdheid in zich.

    Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

    in de Statenvertaling: Doëg
    in de Herziene Statenvertaling: Doëg
    in de King James vertaling: Doeg

    Symbolische betekenis

    Doëg symboliseert verraad, machtsmisbruik en trouw aan menselijke belangen boven Gods wil. Zijn levensverhaal dient als waarschuwing tegen kwaadsprekerij, opportunisme en gewelddadig handelen.

    Bijbelse Stam

    Niet van toepassing

    Familie

    RelatieGegevens
    VaderNiet vermeld
    MoederNiet vermeld
    BroersNiet vermeld
    ZussenNiet vermeld
    VrouwNiet vermeld
    ManNiet van toepassing
    ZonenNiet vermeld
    DochtersNiet vermeld

    Een korte omschrijving

    Doëg was een Edomiet die diende aan het hof van koning Saul als hoofd van diens herders. Toen David op de vlucht was voor Saul, zag Doëg hoe de priester Ahimelech hem hulp verleende. Later meldde hij dit aan Saul en beschuldigde de priesters van samenwerking met David. Op bevel van Saul doodde Doëg vervolgens de priesters van Nob, toen de Israëlitische soldaten weigerden dit te doen. Hierdoor werd hij een van de meest negatieve figuren uit het Oude Testament. Zijn optreden staat symbool voor verraad, wreedheid en ongehoorzaamheid aan Gods principes van recht en barmhartigheid.

    De naam komt voor in de Bijbelverzen

    1 Samuël 21:7, 1 Samuël 22:9, 1 Samuël 22:18, 1 Samuël 22:22, Psalmen 52:1

  • Dodo

    Betekenissen

    Dodo betekent: geliefde, beminde, vriend of liefhebbende.

    Classificatie

    Eigennaam (man)

    Datering

    Periode van de Richteren en het koninkrijk van David, circa 12e tot 10e eeuw v.Chr.

    Naam in het Hebreeuws

    דּוֹדוֹ (Dôdô)

    Naam in het Grieks

    Δωδω (Dōdō)

    Strongnummers

    Hebreeuws: H1734
    Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

    Etymologische gegevens

    Dodo is afgeleid van het Hebreeuwse woord dod, dat “geliefde”, “vriend”, “verwant” of “beminde” betekent. De naam drukt genegenheid, nabijheid en waardering uit.

    Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

    in de Statenvertaling: Dodo
    in de Herziene Statenvertaling: Dodo
    in de King James vertaling: Dodo

    Symbolische betekenis

    Dodo symboliseert liefde, trouw, verbondenheid en toewijding. De naam herinnert aan de waarde van loyaliteit binnen familie, leiderschap en dienst aan God.

    Bijbelse Stam

    Issaschar; Ahohiet (Benjamin)

    Familie

    RelatieGegevens
    VaderPuah (bij de richter Tola)
    MoederNiet vermeld
    BroersNiet vermeld
    ZussenNiet vermeld
    VrouwNiet vermeld
    ManNiet van toepassing
    ZonenTola; Eleazar (een andere Dodo)
    DochtersNiet vermeld

    Een korte omschrijving

    Dodo is de naam van meerdere personen in het Oude Testament. Een van hen was de vader van Tola, een richter van Israël uit de stam Issaschar. Een andere Dodo was een Ahohiet en de vader van Eleazar, één van de drie machtigste helden van koning David. Daarnaast wordt een Dodo genoemd onder Davids dappere krijgers. Hoewel over deze personen weinig persoonlijke gegevens zijn overgeleverd, worden zij verbonden met leiderschap, militaire moed en trouw aan Israël. De naam Dodo komt daardoor voor in verschillende geslachtsregisters en historische overzichten en vertegenwoordigt families die een rol speelden in de geschiedenis van Gods volk.

    De naam komt voor in de Bijbelverzen

    Richteren 10:1, 2 Samuël 23:9, 2 Samuël 23:24, 1 Kronieken 11:12, 1 Kronieken 11:26