Dûdaïm

Betekenissen

Dûdaïm betekent waarschijnlijk: liefdesappelen, mandragora’s of liefdewekkende planten.

Classificatie

Objectnaam

Datering

Aartsvaderlijke periode en de tijd van het Hooglied, circa 20e tot 10e eeuw v.Chr.

Naam in het Hebreeuws

דּוּדָאִים (Dûdā’îm)

Naam in het Grieks

Μανδραγόραι (Mandragorai)

Strongnummers

Hebreeuws: H1736
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

Etymologische gegevens

Dûdaïm is afgeleid van dezelfde Hebreeuwse wortel als dod, wat “liefde” of “geliefde” betekent. De naam werd gebruikt voor de mandragoraplant, die in de oudheid werd geassocieerd met liefde, vruchtbaarheid en verlangen.

Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

in de Statenvertaling: Dudaim
in de Herziene Statenvertaling: liefdesappels
in de King James vertaling: mandrakes

Symbolische betekenis

Dûdaïm symboliseert liefde, verlangen, vruchtbaarheid en de menselijke hoop op nieuw leven. In de Bijbelse beeldspraak staat de plant voor genegenheid en huwelijksliefde.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing.

Familie

RelatieGegevens
VaderNiet van toepassing
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Dûdaïm zijn planten die meestal worden geïdentificeerd als mandragora’s of liefdesappelen. In het boek Genesis vond Ruben deze planten tijdens de oogsttijd en bracht ze naar zijn moeder Lea. Rachel verlangde naar de planten, waarop een overeenkomst tussen beide vrouwen volgde. In het Hooglied worden de dûdaïm genoemd als geurige planten die de sfeer van liefde en romantiek versterken. Door hun bijzondere geur en hun reputatie in de oudheid werden zij in verband gebracht met liefde, vruchtbaarheid en kinderzegen. De Bijbelse vermeldingen tonen vooral hoe sterk deze symbolische betekenis in de oud-oosterse cultuur aanwezig was.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 30:14, Genesis 30:15, Genesis 30:16, Hooglied 7:13