Efraïm

Betekenissen

Efraïm betekent: dubbele vrucht, dubbel vruchtbaar, zeer vruchtbaar of vruchtbaarheid.

Classificatie

Eigennaam (man)
Naam van een gebied

Datering

Periode van de aartsvaders. Efraïm was een zoon van Jozef en leefde tijdens Israëls verblijf in Egypte.

Naam in het Hebreeuws

אֶפְרַיִם (ʾEfrayim)

Naam in het Grieks

Εφραιμ (Ephraim)

Strongnummers

Hebreeuws: H669
Grieks: G2187

Etymologische gegevens

De naam Efraïm is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord פָּרָה (parah), dat “vruchtbaar zijn” betekent. Jozef gaf deze naam aan zijn zoon omdat God hem vruchtbaar had gemaakt in het land van zijn verdrukking.

Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

in de Statenvertaling: Efraïm
in de Herziene Statenvertaling: Efraïm
in de King James vertaling: Ephraim

Symbolische betekenis

Efraïm symboliseert vruchtbaarheid, groei, zegen en Gods vermogen om voorspoed voort te brengen uit moeilijke omstandigheden. In de profeten vertegenwoordigt Efraïm vaak het noordelijke koninkrijk Israël.

Bijbelse Stam

Efraïm

Familie

VaderJozef
MoederAsnath
BroersManasse
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenSuthelah, Bered, Tahath, Elada, Tahath, Zabad, Suthelah (nakomelingen vermeld)
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Efraïm was de jongste zoon van Jozef en Asnath. Hoewel hij jonger was dan zijn broer Manasse, ontving hij van Jakob de voorrang in de zegen. Uit hem ontstond de machtige stam Efraïm, die een centrale rol speelde in de geschiedenis van Israël. Na de intocht in Kanaän kreeg de stam een groot gebied in het centrale bergland toegewezen. Steden als Silo lagen binnen zijn grondgebied. In latere tijden werd de naam Efraïm vaak gebruikt als aanduiding voor het gehele noordelijke koninkrijk Israël. Door zijn invloed, omvang en positie werd Efraïm één van de belangrijkste stammen van het verbondsvolk.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 41:52, Genesis 46:20, Genesis 48:1, Genesis 48:5, Genesis 48:13, Genesis 48:14, Genesis 48:17, Genesis 48:20, Genesis 50:23, Numeri 1:10, Numeri 1:32, Numeri 1:33, Numeri 2:18, Numeri 2:24, Numeri 7:48, Numeri 10:22, Numeri 13:8, Numeri 26:28, Numeri 26:35, Numeri 26:37, Numeri 34:24, Deuteronomium 33:17, Deuteronomium 34:2, Jozua 14:4, Jozua 16:4, Jozua 16:5, Jozua 16:8, Jozua 16:9, Jozua 17:8, Jozua 17:9, Jozua 17:10, Jozua 17:15, Jozua 17:17, Jozua 19:50, Jozua 20:7, Jozua 21:5, Jozua 21:20, Jozua 21:21, Jozua 24:30, Jozua 24:33, Richteren 1:29, Richteren 2:9, Richteren 3:27, Richteren 4:5, Richteren 5:14, Richteren 7:24, Richteren 8:1, Richteren 8:2, Richteren 10:1, Richteren 10:9, Richteren 12:1, Richteren 12:4, Richteren 12:5, Richteren 12:6, Richteren 12:15, Richteren 17:1, Richteren 17:8, Richteren 18:2, Richteren 18:13, Richteren 19:1, Richteren 19:16, Richteren 19:18, 1 Samuël 1:1, 1 Samuël 9:4, 1 Samuël 14:22, 2 Samuël 2:9, 2 Samuël 13:23, 2 Samuël 20:21, 1 Koningen 4:8, 1 Koningen 12:25, 2 Koningen 5:22, 2 Koningen 14:13, 1 Kronieken 6:66, 1 Kronieken 6:67, 1 Kronieken 7:20, 1 Kronieken 7:22, 1 Kronieken 9:3, 1 Kronieken 12:30, 1 Kronieken 27:10, 1 Kronieken 27:14, 1 Kronieken 27:20, 2 Kronieken 13:4, 2 Kronieken 15:8, 2 Kronieken 15:9, 2 Kronieken 17:2, 2 Kronieken 19:4, 2 Kronieken 25:7, 2 Kronieken 25:10, 2 Kronieken 25:23, 2 Kronieken 28:7, 2 Kronieken 28:12, 2 Kronieken 30:1, 2 Kronieken 30:10, 2 Kronieken 30:18, 2 Kronieken 31:1, 2 Kronieken 34:6, 2 Kronieken 34:9, Nehémia 12:39, Psalmen 60:7, Psalmen 78:9, Psalmen 78:67, Psalmen 80:2, Psalmen 108:8, Jesaja 7:2, Jesaja 7:5, Jesaja 7:8, Jesaja 7:17, Jesaja 9:9, Jesaja 9:21, Jesaja 11:13, Jesaja 17:3, Jesaja 28:1, Jesaja 28:3, Jeremía 4:15, Jeremía 7:15, Jeremía 31:9, Jeremía 31:18, Jeremía 31:20, Jeremía 50:19, Ezechiël 37:16, Ezechiël 48:5, Ezechiël 48:6, Hosea 4:17, Hosea 5:3, Hosea 5:5, Hosea 5:9, Hosea 5:11, Hosea 5:12, Hosea 5:13, Hosea 5:14, Hosea 6:4, Hosea 7:8, Hosea 7:11, Hosea 8:9, Hosea 8:11, Hosea 9:3, Hosea 9:8, Hosea 9:11, Hosea 9:13, Hosea 9:16, Hosea 10:6, Hosea 10:11, Hosea 11:3, Hosea 11:8, Hosea 11:9, Hosea 11:12, Hosea 12:1, Hosea 12:8, Hosea 12:14, Hosea 13:1, Hosea 14:8, Obadja 1:19, Zacharia 9:10, Zacharia 9:13, Zacharia 10:7, Johannes 11:54,