Diblaïm

Betekenissen

Diblaïm betekent waarschijnlijk “dubbele vijgenkoek”, “twee vijgenkoeken” of “dubbele vijgenmassa”. De naam wordt geassocieerd met overvloed, vruchtbaarheid en landbouwproducten.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Diblaïm wordt genoemd in de tijd van de profeet Hosea, in de 8e eeuw v.Chr.

Naam in het Hebreeuws

דִּבְלָיִם (Diblajim)

Naam in het Grieks

Δεβελαϊμ (Debelaïm)

Strongnummers

Hebreeuws: H1691
Grieks: Geen eigen Strongnummer bekend.

Etymologische gegevens

De naam Diblaïm is afgeleid van het Hebreeuwse woord דְּבֵלָה (develah), dat “vijgenkoek” of “samengeperste vijgenmassa” betekent. De meervouds- of dualisvorm wijst op “twee vijgenkoeken” of “dubbele hoeveelheid vijgen”.

Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

Statenvertaling: Diblaïm
Herziene Statenvertaling: Diblaïm
King James vertaling: Diblaim

Symbolische betekenis

Diblaïm symboliseert aardse overvloed, vruchtbaarheid en materiële zegeningen. In het profetische boek Hosea vormt de naam indirect een contrast tussen uiterlijke voorspoed en geestelijke trouw aan God.

Bijbelse Stam

Niet vermeld.

Familie

RelatieGegevens
VaderDiblaïm
MoederNiet vermeld
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenGenoemd als vader van Gomer
DochtersGomer

Een korte omschrijving

Diblaïm wordt in de Bijbel uitsluitend genoemd als de vader van Gomer, de vrouw van de profeet Hosea. Zijn naam verschijnt in de inleiding van het boek Hosea, waarin God het huwelijk van Hosea gebruikt als een profetisch beeld van de relatie tussen de HEERE en Israël. Over het leven, de afkomst en de verdere familie van Diblaïm worden geen aanvullende gegevens gegeven. Ondanks deze beperkte vermelding heeft de naam betekenis gekregen doordat hij verbonden is met één van de bekendste symbolische profetieën van het Oude Testament. De naam zelf roept beelden op van vruchtbaarheid en overvloed, terwijl de context van Hosea juist de nadruk legt op geestelijke trouw en bekering.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Hosea 1:3