Démas

Betekenissen

Démas betekent waarschijnlijk “volksman”, “behorend tot het volk” of “populair”. De naam wordt beschouwd als een verkorte Griekse naamvorm, mogelijk afgeleid van namen die verband houden met het volk (dēmos).

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Démas leefde in de 1e eeuw na Chr. tijdens de zendingsreizen en gevangenschap van de apostel Paulus.

Naam in het Hebreeuws

Geen bekende Hebreeuwse naamvorm.

Naam in het Grieks

Δημᾶς (Dēmas)

Strongnummers

Hebreeuws: Geen
Grieks: G1214

Etymologische gegevens

Démas is een Griekse naam die waarschijnlijk is afgeleid van δῆμος (dēmos), wat “volk” of “gemeenschap” betekent. Mogelijk is het een verkorte vorm van een langere Griekse persoonsnaam.

Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

Statenvertaling: Démas
Herziene Statenvertaling: Demas
King James vertaling: Demas

Symbolische betekenis

Démas symboliseert de keuze tussen trouw aan Gods werk en aantrekkingskracht van wereldse belangen. Zijn levensverhaal wordt vaak gezien als een waarschuwing tegen geestelijke afdwaling en het verlaten van een toegewijde roeping.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing

Familie

RelatieGegevens
VaderNiet vermeld
MoederNiet vermeld
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Démas was een medewerker van de apostel Paulus en wordt aanvankelijk genoemd naast andere trouwe medearbeiders van het evangelie. In de vroege vermeldingen stuurt hij samen met Lucas groeten aan de gemeenten. Later schrijft Paulus echter dat Démas hem heeft verlaten omdat hij de tegenwoordige wereld heeft liefgekregen en naar Thessalonica is vertrokken. Hierdoor is Démas een bekende Bijbelse figuur geworden als voorbeeld van iemand die eerst betrokken was bij de christelijke bediening maar uiteindelijk afhaakte. Zijn naam wordt daarom vaak verbonden met de noodzaak van volharding, geloofstrouw en het vermijden van geestelijke verslapping.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Kolossenzen 4:14, 2 Timotheüs 4:10, Filemon 1:24