Betekenissen
Delíla betekent waarschijnlijk “verzwakkende”, “zij die doet wegkwijnen” of “verleidster”. De naam wordt vaak verbonden met het verzwakken van kracht en trouw.
Classificatie
Eigennaam (vrouw)
Datering
Delíla leefde in de tijd van de Richteren, waarschijnlijk in de 12e tot 11e eeuw v.Chr.
Naam in het Hebreeuws
דְּלִילָה (Delilah)
Naam in het Grieks
Δαλιδα (Dalida)
Strongnummers
Hebreeuws: H1807
Grieks: Geen eigen Strongnummer bekend.
Etymologische gegevens
De naam Delíla is waarschijnlijk afgeleid van de Hebreeuwse wortel דלל (dalal), die “verzwakken”, “verminderen” of “wegkwijnen” betekent. De naam draagt daardoor de gedachte van afname of verzwakking in zich.
Schrijfwijze in de verschillende vertalingen
Statenvertaling: Delila
Herziene Statenvertaling: Delila
King James vertaling: Delilah
Symbolische betekenis
Delíla symboliseert verleiding, ontrouw, misleiding en het gevaar van geestelijke zwakheid. Haar naam is een waarschuwing tegen het prijsgeven van toewijding, roeping en geestelijke kracht.
Bijbelse Stam
Geen; Delíla was een vrouw uit het dal Sorek, een gebied dat in verband stond met de Filistijnen.
Familie
| Relatie | Gegevens |
|---|---|
| Vader | Niet vermeld |
| Moeder | Niet vermeld |
| Broers | Niet vermeld |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Man | Niet vermeld |
| Zonen | Niet vermeld |
| Dochters | Niet vermeld |
Een korte omschrijving
Delíla is bekend als de vrouw uit het dal Sorek die een centrale rol speelde in het leven van Simson. De Filistijnse vorsten benaderden haar om het geheim van Simsons buitengewone kracht te ontdekken. Na herhaalde pogingen wist zij hem ertoe te brengen zijn geheim prijs te geven: zijn kracht hing samen met zijn nazireeërschap en zijn ongeschoren haar. Nadat zijn haar was afgeschoren, verloor Simson zijn kracht en werd hij door de Filistijnen gevangengenomen. Delíla is daardoor één van de bekendste vrouwelijke figuren uit het boek Richteren. Haar naam wordt vaak gebruikt als symbool voor verleiding, bedrog en de gevolgen van het afwijken van Gods roeping.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Richteren 16:4, Richteren 16:6, Richteren 16:10, Richteren 16:12, Richteren 16:13, Richteren 16:18