Darda

Betekenissen

Darda betekent waarschijnlijk “parel van wijsheid”, “bezitter van kennis” of “man van inzicht”. De naam wordt geassocieerd met wijsheid, verstand en geleerdheid.

Classificatie

  • Eigennaam (man)

Datering

Oudtestamentisch. Darda behoorde tot de afstammelingen van Juda en wordt genoemd in de periode die voorafgaat aan het koningschap van Salomo.

Naam in het Hebreeuws

דַּרְדַּע

Naam in het Grieks

Δαρδά

Strongnummers

Hebreeuws: H1862
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer bekend

Etymologische gegevens

Darda is een Hebreeuwse persoonsnaam waarvan de precieze etymologie onzeker is. De naam wordt traditioneel verbonden met wijsheid, kennis en intellectuele bekwaamheid. In de geslachtsregisters van Juda verschijnt dezelfde persoon waarschijnlijk onder de naam Dara.

Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

in de Statenvertaling: Darda
in de Herziene Statenvertaling: Darda
in de King James vertaling: Darda

Symbolische betekenis

Darda symboliseert menselijke wijsheid en geleerdheid. Zijn vermelding benadrukt dat alle menselijke kennis ondergeschikt is aan de wijsheid die God schenkt.

Bijbelse Stam

Juda, via het geslacht van Zerah.

Familie

FamilielidNaam
VaderZerah
MoederNiet vermeld
BroersZimri, Ethan, Heman, Chalcol
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Darda was een afstammeling van Juda uit het geslacht van Zerah. Hij wordt genoemd als een van de wijzen van wie de bekende wijsheid door koning Salomo werd overtroffen. Over zijn persoonlijke leven, woonplaats en werkzaamheden geeft de Bijbel geen verdere informatie. Zijn naam verschijnt voornamelijk om de uitzonderlijke wijsheid van Salomo te benadrukken. Binnen de Bijbelse traditie vertegenwoordigt Darda de hoogste menselijke wijsheid van zijn tijd, die echter niet kon tippen aan de wijsheid die God aan Salomo schonk. Mogelijk betreft hij dezelfde persoon die in de geslachtsregisters van Juda onder de naam Dara wordt vermeld.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Koningen 4:31