Dara

Betekenissen

Dara betekent waarschijnlijk “wijsheid”, “kennisbezitter” of “parel van wijsheid”. De naam wordt geassocieerd met inzicht, verstand en geleerdheid.

Classificatie

  • Eigennaam (man)

Datering

Oudtestamentisch. Dara leefde in de periode van de nakomelingen van Juda, vóór het koningschap van David en Salomo.

Naam in het Hebreeuws

דָרַע (Dara)

Naam in het Grieks

Δαρα

Strongnummers

Hebreeuws: H1873
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer bekend

Etymologische gegevens

De naam Dara komt voor in de geslachtsregisters van Juda. De oorsprong is niet volledig zeker, maar wordt meestal verbonden met begrippen als wijsheid, inzicht en intellectuele begaafdheid. In een parallelle geslachtslijst wordt de naam ook weergegeven als Darda.

Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

in de Statenvertaling: Dara
in de Herziene Statenvertaling: Dara
in de King James vertaling: Dara

Symbolische betekenis

Dara symboliseert wijsheid, inzicht en de rijke geestelijke erfenis die binnen de stam van Juda werd doorgegeven. De naam herinnert eraan dat ware wijsheid uiteindelijk van God afkomstig is.

Bijbelse Stam

Juda, via het geslacht van Zerah.

Familie

FamilielidNaam
VaderZerah
MoederNiet vermeld
BroersZimri, Ethan, Heman, Chalcol
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Dara was een zoon van Zerah uit de stam Juda en wordt vermeld in een geslachtsregister van de Israëlieten. Over zijn leven, werkzaamheden en nakomelingen verstrekt de Bijbel geen aanvullende gegevens. Zijn betekenis ligt vooral in zijn plaats binnen de afstammingslijn van Juda, de stam waaruit later koning David en uiteindelijk de Messias voortkwamen. In een parallelle vermelding wordt zijn naam weergegeven als Darda. Hierdoor neemt Dara een bescheiden maar belangrijke plaats in binnen de Bijbelse genealogieën. Zijn naam draagt de gedachte van wijsheid, inzicht en een eervolle plaats binnen het verbondsvolk van Israël.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Kronieken 2:6