Cusch

Betekenissen van de naam Cusch

Cusch betekent “donker”, “zwart” of “Ethiopië”. De naam verwijst naar een gebied en een volk ten zuiden van Egypte, bekend om zijn donkere huidkleur en zijn geografische ligging.

Classificatie

Eigennaam (man)
Naam van een gebied
Naam van een land

Datering

Cusch wordt genoemd vanaf de vroegste Bijbelse perioden (Genesis) tot in de profetische boeken, ca. 2e millennium–1e millennium v.Chr.

Naam in het Hebreeuws

כּוּשׁ (Kûsh)

Naam in het Grieks

Χούς (Chous)

Strongnummers

Hebreeuws: H3568 (Kûsh)
Grieks: G5560 (Chous)

Etymologische gegevens

Cusch is etymologisch verbonden met een Semitische wortel die “donker” of “zwart” aanduidt. De naam verwijst naar het gebied ten zuiden van Egypte, later bekend als Nubië of Ethiopië. In genealogieën is Cusch een zoon van Cham, waarmee de naam zowel een persoon als een volk aanduidt.

Schrijfwijze

In de Statenvertaling: Cusch
In de Herziene Statenvertaling: Cusj
In de King James vertaling: Kus

Symbolische betekenis

Cusch symboliseert verre volken, machtige koninkrijken en de wereldwijde reikwijdte van Gods handelen. Het staat voor zowel geografische afstand als voor de inclusie van alle volken in Gods plan.

Bijbelse Stam

Cusch behoort genealogisch tot de lijn van Cham.

Familie

RelatieNaam
VaderCham
MoederNiet vermeld
BroersMizraïm, Put, Kanaän
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenNimrod; Seba; Havila; Sabta; Raëma; Sabtecha
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Cusch is zowel een persoon als een geografische aanduiding. Als zoon van Cham vormt hij de stamvader van de volken ten zuiden van Egypte, waaronder Ethiopië en Nubië. In de Bijbel wordt Cusch vaak genoemd als machtig en ver verwijderd gebied. Zijn nakomelingen, zoals Nimrod, spelen een belangrijke rol in de vroege wereldgeschiedenis. Cusch staat geografisch voor een groot Afrikaans gebied en theologisch voor de universaliteit van Gods handelen met alle volken.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 2:13, Genesis 10:6, Genesis 10:7, Genesis 10:8, 2 Koningen 19:9, 1 Kronieken 1:8, 1 Kronieken 1:9, 1 Kronieken 1:10, Psalmen 7:1, Jesaja 37:9