Betekenissen van de naam Chimham
Chimham betekent “verlangen”, “ijver”, “warmhartigheid” of “gretigheid”. De naam draagt de gedachte van toewijding en bereidheid.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Chimham leefde in de tijd van koning David, rond de tiende eeuw v.Chr., tijdens Davids vlucht voor Absalom en zijn terugkeer naar Jeruzalem.
Naam in het Hebreeuws
כִּמְהָם (Kimham / Chimham)
Naam in het Grieks
Χεμεάν (Chemean)
Strongnummers Hebreeuws
Hebreeuws: Strong H3643 (כִּמְהָם)
Grieks: geen specifiek Strongnummer
Etymologische gegevens
Chimham is verwant aan de wortel כם/כמה, die “verlangen”, “begeerte” of “ijver” aanduidt. De naam weerspiegelt een innerlijke gedrevenheid of toewijding, passend bij zijn rol als vertrouweling van David.
Schrijfwijze
in de Statenvertaling: Chimham
in de Herziene Statenvertaling: Chimham
in de King James vertaling: Chimham
Symbolische betekenis
Chimham symboliseert loyaliteit, toewijding en het doorgeven van zegen. Zijn naam wordt verbonden met gastvrijheid en bescherming, doordat David hem een eigen verblijfplaats schonk.
Bijbelse Stam
Juda (via Barzillai’s verbondenheid met David)
Familie
| Vader | Barzillai |
|---|---|
| Moeder | niet vermeld in de Bijbel |
| Broers | niet vermeld in de Bijbel |
| Zussen | niet vermeld in de Bijbel |
| Vrouw | niet vermeld in de Bijbel |
| Man | niet van toepassing |
| Zonen | niet vermeld in de Bijbel |
| Dochters | niet vermeld in de Bijbel |
Een korte omschrijving
Chimham was de zoon van Barzillai, de Gileadiet die David trouw ondersteunde tijdens zijn vlucht voor Absalom. Toen David terugkeerde naar Jeruzalem, wilde Barzillai vanwege zijn ouderdom niet meegaan en stelde Chimham in zijn plaats. David nam Chimham mee en gaf hem later een eigen verblijfplaats, bekend als “de herberg van Chimham” bij Bethlehem. Chimham staat daarmee symbool voor trouw, gastvrijheid en het doorgeven van zegen tussen generaties.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
2 Samuël 19:37, 2 Samuël 19:38, 2 Samuël 19:40, Jeremía 41:17