Cappadócië

Betekenissen van de naam Cappadócië

Cappadócië betekent “land van de mooie paarden” of “land van de ruiters”. De naam wordt traditioneel verbonden met het Oud-Perzische woord Katpatuka, dat deze betekenis draagt. In de Bijbel verwijst Cappadócië naar een grote regio in het oosten van Klein-Azië.

Classificatie

Naam van een gebied

Datering

Periode van het Nieuwe Testament, eerste eeuw na Christus, tijdens de verspreiding van het evangelie onder Joden en heidenen in het Romeinse Rijk.

Naam in het Hebreeuws

Niet van toepassing.

Naam in het Grieks

Καππαδοκία — Kappadokia

Strongnummers

Hebreeuws: –
Grieks: G2587

Etymologische gegevens

De naam Cappadócië is afgeleid van het Oud-Perzische Katpatuka, dat traditioneel wordt uitgelegd als “land van de mooie paarden”. De regio stond in de oudheid bekend om haar paardenfokkerij, vulkanische landschappen en strategische ligging tussen Anatolië en Armenië. In de Romeinse tijd was Cappadócië een provincie met een aanzienlijke Joodse diaspora, wat verklaart waarom inwoners ervan in het Nieuwe Testament worden genoemd.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Cappadócië
In de Herziene Statenvertaling: Cappadócië
In de King James vertaling: Cappadocia

Symbolische betekenis

Cappadócië symboliseert de wereldwijde reikwijdte van het evangelie. Dat mensen uit Cappadócië aanwezig waren op de Pinksterdag toont hoe het christelijk geloof vanaf het begin verschillende volken en culturen bereikte. De naam staat voor geografische diversiteit, missionaire uitbreiding en de vervulling van Gods belofte dat Zijn woord de hele aarde zal bereiken.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderNiet van toepassing
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Cappadócië is een grote regio in het oosten van Klein-Azië, bekend uit het Nieuwe Testament. Het gebied maakte deel uit van het Romeinse Rijk en had een aanzienlijke Joodse bevolking. In Handelingen 2:9 worden Cappadociërs genoemd als aanwezigen op de Pinksterdag, die de verkondiging van de apostelen hoorden in hun eigen taal. Later richt Petrus zijn eerste brief mede aan gelovigen in Cappadócië, wat laat zien dat het christelijk geloof zich snel verspreidde naar deze regio. De naam draagt een historische en geografische rijkdom en markeert Cappadócië als een belangrijk gebied in de vroege christelijke geschiedenis.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Handelingen 2:9, 1 Petrus 1:1