Buzi

Betekenissen van de naam Buzi

Buzi betekent “veracht”, “minachtend” of “verachtelijke”. De naam draagt de gedachte van iemand die door anderen wordt geminacht, een betekenis die aansluit bij de profetische context waarin Buzi wordt genoemd.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

6e eeuw v.Chr., in de periode van de Babylonische ballingschap, tijdens de profetische bediening van Ezechiël.

Naam in het Hebreeuws

בּוּזִי — Buzi

Naam in het Grieks

Βουζί — Bouzi (fonetische weergave in de Griekse traditie)

Strongnummers

Hebreeuws: H948
Grieks:

Etymologische gegevens

Buzi is afgeleid van de wortel בּוּז (boez), “verachten, minachten”. De naam wordt in lexica verklaard als “contemptuous” of “despised”. Buzi is een theofore en genealogische naam die de nederige, vaak verachte positie van profeten en priesters in tijden van nationale crisis weerspiegelt.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Buzi
In de Herziene Statenvertaling: Buzi
In de King James vertaling: Buzi

Symbolische betekenis

Buzi symboliseert nederigheid, verachting door mensen en eer door God. Als vader van Ezechiël staat zijn naam voor de profetische roeping die vaak gepaard gaat met menselijke minachting, maar die door God wordt bevestigd en verhoogd.

Bijbelse Stam

Stam Levi, uit de priesterlijke lijn van Zadok.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderNiet vermeld
MoederNiet vermeld
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenEzechiël
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Buzi is de vader van de profeet Ezechiël, genoemd in Ezechiël 1:3. Hij behoort tot de priesterlijke lijn van Levi, waarschijnlijk uit het Zadokietische huis. Hoewel Buzi zelf geen actieve rol speelt in de Bijbelse verhalen, vormt zijn naam een belangrijke genealogische aanduiding die Ezechiëls autoriteit als priester-profeet bevestigt. De betekenis “veracht” weerspiegelt de moeilijke omstandigheden waarin Ezechiël en zijn generatie leefden: ballingschap, oordeel en geestelijke verharding. Buzi staat daarmee symbool voor de nederige oorsprong van Gods dienaren, die ondanks menselijke minachting door God worden geroepen en bekrachtigd.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Ezechiël 1:3