Bozes

Betekenissen van de naam Bozes

Bozes betekent “glanzend”, “schitterend” of “stralend wit”. De naam verwijst naar een rots die door de zon fel oplicht.

Classificatie

Objectnaam
Plaatsnaam

Datering

Vroege monarchie, in de tijd van koning Saul en zijn zoon Jonathan, rond de 11e eeuw v.Chr.

Naam in het Hebreeuws

בּוֹצֵץ — Bowtsêts

Naam in het Grieks

Βαζές — Bazes

Strongnummers

Hebreeuws: H949
Grieks:

Etymologische gegevens

De naam Bozes is verwant aan een wortel die “schitteren, glanzen” aanduidt, mogelijk verbonden met het Hebreeuwse woord voor fijn, glanzend linnen. De rots Bozes dankt zijn naam aan het opvallende, lichtweerkaatsende gesteente dat in de oosterse zon helder afsteekt tegen de omgeving.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Bozes
In de Herziene Statenvertaling: Bozes
In de King James vertaling: Bozez

Symbolische betekenis

Bozes symboliseert Gods licht en overwinning te midden van gevaarlijk terrein. De glanzende rots bij Michmas herinnert aan de kracht van geloof, omdat Jonathan juist langs deze steile klip optrekt om de Filistijnen aan te vallen.

Bijbelse Stam

Stam Benjamin, in het gebied tussen Geba en Michmas.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderNiet van toepassing
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Bozes is de naam van de noordelijke rotswand in de nauwe bergpas tussen Geba en Michmas, in het gebied van Benjamin. In 1 Samuël 14:4 wordt Bozes genoemd samen met de tegenoverliggende rots Sene, als twee steile klippen die een strategische doorgang vormen. Jonathan en zijn wapendrager klimmen langs deze rotsen omhoog om de Filistijnse wachtpost aan te vallen, wat uitloopt op een door God gegeven overwinning. De naam Bozes, “glanzend”, past bij de witte, zonovergoten kalksteen die deze rots tot een opvallend herkenningspunt maakt in het Bijbelse landschap.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Samuël 14:4