Boaz

Betekenissen van de naam Boaz

Boaz betekent “in hem is kracht”, “krachtig”, of “snelheid/standvastigheid”. De naam benadrukt betrouwbaarheid, stabiliteit en innerlijke kracht.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Periode van de richteren, vóór de monarchie; rond de 12e–11e eeuw v.Chr.

Naam in het Hebreeuws

בֹּעַז — Bo‘az

Naam in het Grieks

Βοόζ — Booz

Strongnummers

Hebreeuws: H1162
Grieks: G1003

Etymologische gegevens

De naam Boaz is waarschijnlijk afgeleid van de wortel ‘oz, “kracht, sterkte”. De samenstelling kan worden gelezen als “in hem is kracht”, wat past bij Boaz’ rol als sterke, rechtvaardige en beschermende man in het boek Ruth.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Boaz
In de Herziene Statenvertaling: Boaz
In de King James vertaling: Boaz

Symbolische betekenis

Boaz symboliseert kracht, rechtvaardigheid, trouw en verlossing. Als losser van Ruth staat hij model voor bescherming van kwetsbaren en voor Gods voorzienigheid in familiegeschiedenis en verbond.

Bijbelse Stam

Stam Juda, via de geslachtslijn van Perez.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderSalma / Salmon
MoederRachab (volgens Mattheüs 1)
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
VrouwRuth
ManNiet van toepassing
ZonenObed
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Boaz is een centrale figuur in het boek Ruth, een welgestelde en rechtvaardige man uit Bethlehem. Hij treedt op als losser voor Ruth, de Moabitische weduwe, en toont uitzonderlijke integriteit, zorg en trouw. Zijn huwelijk met Ruth leidt tot de geboorte van Obed, de grootvader van koning David, waardoor Boaz een sleutelrol krijgt in de Messiaanse geslachtslijn. De naam Boaz weerspiegelt zijn karakter: krachtig, betrouwbaar en gericht op recht en barmhartigheid. Zijn verhaal benadrukt Gods leiding in gewone levens en de manier waarop trouw en liefde generaties kunnen vormen.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Ruth 2:1, Ruth 2:3, Ruth 2:4, Ruth 2:5, Ruth 2:8, Ruth 2:11, Ruth 2:14, Ruth 2:15, Ruth 2:19, Ruth 2:23, Ruth 3:2, Ruth 3:7, Ruth 4:1, Ruth 4:5, Ruth 4:8, Ruth 4:9, Ruth 4:13, Ruth 4:21, 1 Koningen 7:21, 1 Kronieken 2:11, 1 Kronieken 2:12, 2 Kronieken 3:17