Boanérges

Betekenissen van de naam Boanérges

Boanérges betekent “zonen van de donder”.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Openbare bediening van Jezus in de eerste eeuw na Christus.

Naam in het Hebreeuws

בני רגש — B’ne Regesh (“zonen van tumult / donder”)

Naam in het Grieks

Βοανηργές — Boanergés

Strongnummers

Hebreeuws:
Grieks: G993

Etymologische gegevens

Boanérges is een Aramese samenstelling: b’ne (“zonen”) en regesh (“tumult, lawaai, donder”). In het Grieks wordt dit weergegeven als Βοανηργές. De naam typeert het vurige, krachtige karakter van Jakobus en Johannes en hun toekomstige rol als krachtige verkondigers van het evangelie.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Boanérges
In de Herziene Statenvertaling: Boanérges
In de King James vertaling: Boanerges

Symbolische betekenis

Boanérges symboliseert geestelijke kracht, heilige vurigheid en een stem die als donder klinkt in de wereld. De bijnaam laat zien hoe Jezus het karakter van zijn discipelen kent en hun natuurlijke intensiteit omvormt tot krachtige, maar door liefde getekende verkondiging.

Bijbelse Stam

Niet expliciet vermeld.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderZebedeüs
MoederNiet met naam genoemd (traditioneel Salome)
BroersJakobus en Johannes (op wie de naam Boanérges wordt toegepast)
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing; Boanérges is een bijnaam
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Boanérges is een unieke Bijbelse bijnaam die Jezus volgens Marcus 3:17 geeft aan de broers Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs. De naam betekent “zonen van de donder” en verwijst naar hun vurige, krachtige karakter en hun intense betrokkenheid bij Jezus’ werk. In hun latere bediening wordt deze vurigheid omgevormd tot sterke, standvastige verkondiging: Jakobus als martelaar, Johannes als apostel en schrijver van het evangelie en de Openbaring. Boanérges is daarmee een naam die zowel hun natuurlijke temperament als hun door Christus gevormde roeping samenvat.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Markus 3:17