Betekenissen van de naam Bitja
Bitja betekent “dochter van de Heer” of “aanbidster van de Heer”. De naam benadrukt toewijding aan God.
Classificatie
Eigennaam (vrouw)
Datering
Vóór de Babylonische ballingschap, in de tijd van de stam Juda; vermeld in de post-exilische Kronieken.
Naam in het Hebreeuws
בִּתְיָה — Bithyah / Bitja
Naam in het Grieks
Βιθια — Bithia
Strongnummers
Hebreeuws: H1332
Grieks: –
Etymologische gegevens
Samengesteld uit bat (“dochter”) en Yah (verkorte vorm van Jahweh). Bitja betekent letterlijk “dochter van Jah”, en drukt een nauwe relatie en aanbidding van de HEERE uit.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Bitja
In de Herziene Statenvertaling: Bitja
In de King James vertaling: Bithiah
Symbolische betekenis
Bitja staat symbool voor bekering, aanvaarding door God en de opname van heidenen in het volk van Israël. In de Joodse traditie wordt zij vaak gezien als de dochter van de farao die Mozes redde, wat haar naam verbindt met barmhartigheid, geloof en adoptie in Gods verbond.
Bijbelse Stam
Stam Juda, via haar huwelijk met Mered van Juda.
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | Farao (koning van Egypte) |
| Moeder | Onbekend |
| Broers | Niet vermeld |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Man | Mered, uit de stam Juda |
| Zonen | Jered, Heber, Jekuthiël |
| Dochters | Niet vermeld |
Een korte omschrijving
Bitja is een vrouwelijke Bijbelse eigennaam, bekend uit 1 Kronieken 4:18 als de dochter van de farao en vrouw van Mered uit de stam Juda. Haar naam betekent “dochter van Jah(weh)” en onderstreept haar verbondenheid met de God van Israël. In de Joodse overlevering wordt Bitja vaak geïdentificeerd met de faraodochter die Mozes uit de Nijl redde, wat haar een bijzondere plaats geeft als voorbeeld van geloof, barmhartigheid en bekering. Door haar huwelijk met Mered wordt zij volledig opgenomen in de genealogie van Juda, waardoor Bitja een symbool wordt van de opname van gelovigen uit de volken in Gods heilsgeschiedenis.