Bethuël

Betekenissen

De Bijbelse naam Bethuël (Bethuel) wordt etymologisch vaak verklaard als “God vernietigt”, “man van God” of “inwoner in God”. De naam is opgebouwd uit een wortel die met verwoesting of afgescheiden zijn wordt verbonden en het goddelijke element El, dat naar de God van Israël verwijst. In de context van de aartsvaders krijgt Bethuël zo de betekenis van iemand wiens leven en familiegeschiedenis direct onder Gods leiding en ingrijpen staan. Als vader van Rebekka en Laban markeert Bethuël een scharnierpunt in de heilsgeschiedenis: via zijn huis wordt de verbondslijn van Abraham voortgezet, wat de naam extra theologische diepte geeft.

Classificatie

Eigennaam (man)
Plaatsnaam

Datering

Bethuël behoort tot de periode van de aartsvaders, doorgaans gedateerd in het tweede millennium v.Chr. In Genesis wordt hij genoemd in verband met Abraham, Nahor, Isaac, Jacob en de Aramese omgeving van Paddan-Aram. De plaats Bethuël in Simeon sluit aan bij de vroege Israëlitische vestiging in het zuiden van Kanaän.

Naam in het Hebreeuws

בְּתוּאֵל (getranslitereerd: Bᵉthûwʼêl of Bethuël)

Naam in het Grieks

Βαθουήλ (getranslitereerd: Bathouël of Bethouel) in de Septuaginta.

Strongnummers

Hebreeuws: H1328
Grieks: geen specifiek Grieks Strongnummer; de naam komt uitsluitend in het Oude Testament voor.

Etymologische gegevens

De naam Bethuël wordt etymologisch verklaard als “vernietigd door God” of “God vernietigt”, afgeleid van een wortel die met verwoesting of afgescheiden zijn wordt verbonden, gecombineerd met El, de aanduiding voor God. Sommige lexica geven alternatieve nuances zoals “man van God” of “inwoner in God”, waarmee de nadruk ligt op toewijding en verbondenheid met de HEER. Deze etymologie onderstreept dat Bethuël niet slechts een genealogische figuur is, maar een naam die Gods soevereine handelen en nabijheid in de geschiedenis van Abraham, Rebekka en Jacob weerspiegelt.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Bethuel (soms ook geschreven als Bethuël)
in de Herziene Statenvertaling: Bethuel
in de King James vertaling: Bethuel

Symbolische betekenis

Symbolisch staat Bethuël voor de schakel tussen de familie van Abraham in Kanaän en de Aramese verwanten in Paddan-Aram. Als vader van Rebekka, de vrouw van Isaac, en van Laban, de latere schoonvader van Jacob, vertegenwoordigt hij Gods leiding in huwelijkskeuze en verbondstrouw. De naam Bethuël benadrukt dat God families, landen en generaties met elkaar verbindt om Zijn beloften te vervullen. Zo wordt Bethuël een beeld van Gods soevereine regie over afkomst, migratie en de voortgang van de heilslijn.

Bijbelse Stam

Bethuël behoort tot de familie van Nahor, de broer van Abraham, en is daarmee verbonden met de Aramese stam- en familiekring rond Paddan-Aram. Via Rebekka en Laban sluit zijn huis direct aan bij de Israëlitische aartsvaders.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderNahor (broer van Abraham)
MoederMilka
BroersUz, Buz, Kemuel, Chesed, Hazo, Pildas, Jidlaf, Tebah
ZussenNiet met name genoemd in de Bijbel
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing (Bethuël is een man)
ZonenLaban
DochtersRebekka

Een korte omschrijving

Bethuël is een belangrijke Bijbelse figuur in de aartsvadergeschiedenis. Hij is de zoon van Nahor en Milka, een neef van Abraham, en woont in Aram-Naharaïm (Paddan-Aram). Als vader van Rebekka, de vrouw van Isaac, en van Laban, de latere schoonvader van Jacob, vormt Bethuël een cruciale schakel tussen de Aramese familiekring en de Israëlitische lijn. Zijn huis is de plaats waar Abraham’s knecht Rebekka ontmoet en waar de beslissing valt over het huwelijk met Isaac. Daarnaast draagt een stad in het gebied van Simeon dezelfde naam Bethuël, wat de betekenis van de naam als plaats- én persoonsnaam versterkt.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 22:22, Genesis 22:23, Genesis 24:15, Genesis 24:24, Genesis 24:47, Genesis 24:50, Genesis 25:20, Genesis 28:2, Genesis 28:5, 1 Kronieken 4:30