Bethlehem

Betekenissen

Bethlehem betekent “huis van brood” of “huis van voedsel”. De naam benadrukt overvloed, voorziening en leven, passend bij de plaats waar Jezus werd geboren.

Classificatie

Plaatsnaam

Datering

Oude en Nieuwe Testament; bekend uit de tijd van de aartsvaders, David (ca. 10e eeuw v.Chr.) en de geboorte van Jezus (1e eeuw n.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

בֵּית לֶחֶם (Beit Lechem)

Naam in het Grieks

Βηθλεέμ (Bēthleem)

Strongnummers

Hebreeuws: H1035
Grieks: G965

Etymologische gegevens

Bethlehem is samengesteld uit “bayith” (huis) en “lechem” (brood, voedsel). De naam duidt op een plaats van voorziening en vruchtbaarheid, wat aansluit bij de rol van Bethlehem in de heilsgeschiedenis.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Bethlehem
in de Herziene Statenvertaling: Bethlehem
in de King James vertaling: Bethlehem

Symbolische betekenis

Bethlehem symboliseert leven, voorziening en vervulling van Gods beloften. Het is de geboorteplaats van David en van Jezus Christus, waardoor de naam een diepe messiaanse betekenis draagt.

Bijbelse Stam

Juda

Familie

VaderNiet van toepassing
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Bethlehem is een historische stad in Juda, bekend als de geboorteplaats van koning David en van Jezus Christus. De naam betekent “huis van brood”, wat past bij de symboliek van leven en voorziening. In het Oude Testament speelt Bethlehem een rol in de verhalen van Ruth en David, terwijl het Nieuwe Testament de stad centraal stelt bij de komst van de Messias. Bethlehem ligt ten zuiden van Jeruzalem en heeft een belangrijke plaats in zowel de Joodse als de christelijke traditie. De stad staat symbool voor nederigheid, vervulling van profetieën en het begin van Gods verlossingswerk.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 35:19, Genesis 48:7, Jozua 19:15, Richteren 12:8, Richteren 12:10, Richteren 17:7, Richteren 17:8, Richteren 17:9, Richteren 19:1, Richteren 19:2, Richteren 19:18, Ruth 1:1, Ruth 1:2, Ruth 1:19, Ruth 1:22, Ruth 2:4, Ruth 4:11, 1 Samuël 16:4, 1 Samuël 17:12, 1 Samuël 17:15, 1 Samuël 20:6, 1 Samuël 20:28, 2 Samuël 2:32, 2 Samuël 23:14, 2 Samuël 23:24, 1 Kronieken 4:4, 1 Kronieken 11:16, 1 Kronieken 11:26, 2 Kronieken 11:6, Ezra 2:21, Nehemia 7:26, Jeremía 41:17, Micha 5:2, Mattheüs 2:1, Mattheüs 2:5, Mattheüs 2:6, Mattheüs 2:8, Mattheüs 2:16, Lukas 2:4, Lukas 2:15, Johannes 7:42