Beth-El

Betekenissen

Beth-El betekent “huis van God”. De naam Beth-El is een van de meest theologisch geladen Bijbelse plaatsnamen en verwijst naar een plek waar God Zich openbaarde.

Classificatie

Plaatsnaam

Datering

Vanaf de aartsvaderperiode (Jakob) tot en met de monarchie en de profetische tijd (ca. 19e–6e eeuw v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

בֵּית־אֵל (Bêt-El)

Naam in het Grieks

Βαιθηλ (getranslitereerd: Baithēl)

Strongnummers

Hebreeuws: H1008
Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

Beth-El is samengesteld uit beth (“huis”) en El (“God”). De naam werd door Jakob gegeven nadat hij in een droom een ladder naar de hemel zag en de HEERE hem toezegde dat Hij met hem zou zijn. Beth-El werd zo een plaats van openbaring, belofte en aanbidding.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Beth-El
in de Herziene Statenvertaling: Bethel
in de King James vertaling: Bethel

Symbolische betekenis

Beth-El staat symbool voor Gods nabijheid en openbaring. Het is de plaats waar hemel en aarde elkaar raken, waar God spreekt en Zijn verbond bevestigt. Later wordt Beth-El ook een waarschuwing: een heiligdom dat door afgoderij wordt ontwijd.

Bijbelse Stam

Benjamin (grensgebied met Efraïm)

Familie

RelatieNaam
Vaderniet van toepassing
Moederniet van toepassing
Broersniet van toepassing
Zussenniet van toepassing
Vrouwniet van toepassing
Manniet van toepassing
Zonenniet van toepassing
Dochtersniet van toepassing

Een korte omschrijving

Beth-El is een van de belangrijkste heilige plaatsen in de Bijbel. Jakob noemde de plaats zo nadat hij een visioen van een hemelladder had ontvangen. Beth-El werd later een noordelijk cultuscentrum tijdens de scheuring van het rijk, waar Jerobeam een gouden kalf oprichtte. De stad ligt in het bergland van Benjamin, dicht bij de grens met Efraïm, en speelt een grote rol in verhalen over de aartsvaders, de richteren, de koningen en de profeten. Beth-El staat zowel voor diepe geestelijke openbaring als voor het gevaar van religieuze misleiding.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 12:8, Genesis 13:3, Genesis 28:19, Genesis 31:13, Genesis 35:1, Genesis 35:3, Genesis 35:6, Genesis 35:7, Genesis 35:8, Genesis 35:15, Genesis 35:16, Jozua 7:2, Jozua 8:9, Jozua 8:12, Jozua 8:17, Jozua 12:9, Jozua 12:16, Jozua 16:1, Jozua 16:2, Jozua 18:13, Jozua 18:22, Richteren 1:22, Richteren 1:23, Richteren 4:5, 1 Samuël 7:16, 1 Samuël 10:3, 1 Samuël 13:2, 1 Samuël 30:27, 1 Koningen 12:29, 1 Koningen 12:32, 1 Koningen 12:33, 1 Koningen 13:1, 1 Koningen 13:4, 1 Koningen 13:10, 1 Koningen 13:11, 1 Koningen 13:32, 2 Koningen 2:2, 2 Koningen 2:3, 2 Koningen 2:23, 2 Koningen 10:29, 2 Koningen 17:28, 2 Koningen 23:4, 2 Koningen 23:15, 2 Koningen 23:17, 2 Koningen 23:19, 1 Kronieken 7:28, 2 Kronieken 13:19, Ezra 2:28, Nehemia 7:32, Nehemia 11:31, Jeremía 48:13, Hosea 10:15, Hosea 12:4, Amos 3:14, Amos 4:4, Amos 5:5, Amos 5:6, Amos 7:10, Amos 7:13