Betekenissen (van de naam)
Bezer betekent “fortress”, “vesting” of “gouderts”; een naam die kracht, bescherming en ontoegankelijkheid uitdrukt.
Classificatie
Eigennaam (man)
Plaatsnaam
Datering
Woestijnperiode onder Mozes (stad van toevlucht in Reuben) en tijd van de koningen (afstammeling van Asher).
Naam in het Hebreeuws
בֶּצֶר (Betser)
Naam in het Grieks
Βεσέρ (Beser)
Strongnummers
Hebreeuws: H1221
Grieks: geen
Etymologische gegevens
Afgeleid van de wortel בֶּצֶר, verbonden met “gouderts” en “onbereikbare vesting”. De naam Bezer draagt zo de etymologische betekenis van een sterke, beschermde plaats, passend bij een stad van toevlucht en een man uit een krachtige stam.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Bezer
in de Herziene Statenvertaling: Bezer
in de King James vertaling: Bezer
Symbolische betekenis
Bezer staat symbool voor goddelijke bescherming en rechtvaardigheid. Als stad van toevlucht in het gebied van Reuben biedt Bezer veiligheid aan wie onopzettelijk doodslag heeft begaan. De naam benadrukt dat God een veilige vesting is, waar recht en genade samenkomen.
Bijbelse Stam
Reuben (stad van toevlucht oostelijk van de Jordaan) en Asher (Bezer als afstammeling van Zophah).
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | Zophah (stam Asher) |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Suah, Harnepher, Shual, Beri, Imrah, Hod, Shamma, Shilshah, Ithran, Beera |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Bezer is zowel een Bijbelse stad als een persoon. De stad Bezer ligt in het erfdeel van de stam Reuben, oostelijk van de Jordaan, en is één van de zes steden van toevlucht waar iemand die onopzettelijk doodslag heeft begaan bescherming vindt. Bezer is bovendien een Levitische stad voor de Merarieten. Daarnaast wordt Bezer genoemd als een man uit de stam Asher, zoon van Zophah. De naam Bezer, met de betekenis “vesting” of “gouderts”, onderstreept Gods voorziening van veilige plaatsen en sterke mensen binnen Zijn volk.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Deuteronomium 4:43, Jozua 20:8, Jozua 21:36, 1 Kronieken 6:78, 1 Kronieken 7:37