Bezáleël

Betekenissen (van de naam)

Bezáleël betekent “in de schaduw (bescherming) van God”, een theofore naam die Gods nabijheid en bescherming uitdrukt.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Woestijnperiode onder Mozes (bouw van de tabernakel) en een tweede Bezáleël in de post‑exilische tijd.

Naam in het Hebreeuws

בְּצַלְאֵל (Betsalel)

Naam in het Grieks

Βεσελεήλ (Bezeleel)

Strongnummers

Hebreeuws: H1212
Grieks: geen

Etymologische gegevens

Samengesteld uit be (“in”), tsel (“schaduw, bescherming”) en El (“God”): “in de schaduw van God”. De naam Bezáleël benadrukt goddelijke bescherming en roeping voor heilige ambachtelijke dienst.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Bezaleël
in de Herziene Statenvertaling: Besaleël
in de King James vertaling: Bezaleel

Symbolische betekenis

Bezáleël staat symbool voor door God geïnspireerde vakmanschap: een ambachtsman die onder Gods bescherming en leiding de tabernakel en heilige voorwerpen vervaardigt. Zijn naam verbindt creativiteit, gehoorzaamheid en Gods tegenwoordigheid.

Bijbelse Stam

Juda

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderUri
MoederNiet genoemd
BroersNiet genoemd
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing
ZonenNiet genoemd
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Bezáleël is de door God aangewezen meester‑ambachtsman uit de stam Juda, verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering van de tabernakel en haar heilige voorwerpen. Hij wordt beschreven als vervuld met de Geest van God, met wijsheid, inzicht en kennis in allerlei kunstvaardigheid. Zijn naam, “in de schaduw van God”, onderstreept dat zijn werk plaatsvindt onder goddelijke bescherming en leiding. Een tweede Bezáleël wordt genoemd in de tijd van Ezra, wat laat zien dat deze betekenisvolle naam in Israël bleef voortleven.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Exodus 31:2, Exodus 35:30, Exodus 36:1, Exodus 36:2, Exodus 37:1, Exodus 38:22, 1 Kronieken 2:20, 2 Kronieken 1:5, Ezra 10:30