Betekenissen van de naam Beno
De Bijbelse naam Beno betekent “zijn zoon”. In het Hebreeuws is beno eigenlijk een vorm van het woord “zoon” met een bezittelijk voorvoegsel: “zijn zoon”. In 1 Kronieken 24 wordt deze vorm door sommige vertalingen als eigennaam gelezen en zo ontstaat de persoonsnaam Beno.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Beno wordt genoemd in de tijd van koning David, in de organisatie van de priester- en Levietendiensten in de 10e eeuw v.Chr. Hij behoort tot de Levieten die worden ingedeeld in afdelingen voor de dienst in het heiligdom.
Naam in het Hebreeuws
בְּנוֹ (Beno – letterlijk: “zijn zoon”)
Naam in het Grieks
In de Griekse vertaling wordt de Hebreeuwse vorm meestal niet als naam weergegeven, maar als uitdrukking “zijn zoon” (υἱὸς αὐτοῦ). Er is geen vaste Griekse eigennaamvorm “Beno”.
Strongnummers
Hebreeuws: H1121 (ben, “zoon”, met pronominale uitgang “zijn”)
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer
Etymologische gegevens
Beno is afgeleid van בֵּן (ben, “zoon”) met de uitgang -וֹ (-o, “zijn”). Letterlijk betekent de vorm “zijn zoon”. In 1 Kronieken 24 wordt deze grammaticale vorm in sommige tradities als eigennaam opgevat. Etymologisch blijft de kernbetekenis echter “zoon”, met nadruk op afstamming en familieband binnen de Levietische geslachten.
Formuleringen (Schrijfwijze)
Statenvertaling: Beno
Herziene Statenvertaling: meestal weergegeven als “zijn zoon” en niet als eigennaam
King James Version: Beno (met kanttekening dat het ook als “his son” gelezen kan worden)
Symbolische betekenis
Symbolisch benadrukt Beno de plaats van een zoon binnen een priesterlijk geslacht. De naam (of vorm) “zijn zoon” onderstreept dat de Levietische dienst van vader op zoon wordt doorgegeven. Beno staat zo voor continuïteit, erfopvolging en trouw in de dienst van het heiligdom.
Bijbelse Stam
Levi – Beno behoort tot de Levieten.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Jaäzja (Jaaziah), een nakomeling van Merari |
| Moeder | Niet vermeld |
| Broers | Soham (Shoham), Zakkur, Ibri |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | Niet vermeld |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet vermeld |
| Dochters | Niet vermeld |
Een korte omschrijving
Beno is een Leviet uit het geslacht van Merari, genoemd in 1 Kronieken 24 bij de indeling van de priester- en Levietendiensten onder koning David. Zijn naam is waarschijnlijk ontstaan uit de Hebreeuwse uitdrukking “zijn zoon”, die in sommige tradities als eigennaam is gelezen. Beno staat in de rij van zonen van Jaäzja en maakt deel uit van de families die verantwoordelijk zijn voor de praktische en muzikale dienst rond het heiligdom. Hoewel er geen afzonderlijk verhaal over hem wordt verteld, laat zijn vermelding zien hoe zorgvuldig de Bijbel de Levietische geslachten en hun taken registreert.