Betekenissen van de naam Benjamin
De Bijbelse naam Benjamin betekent “zoon van de rechterhand” of “zoon van het zuiden”. De “rechterhand” is in de Bijbel de plaats van eer, kracht en bescherming. Benjamin draagt daarom de gedachte van voorrang, nabijheid en bijzondere gunst. In samenhang met zijn oorspronkelijke naam Ben-Oni (“zoon van mijn smart”) laat Benjamin ook de overgang zien van verdriet naar eer.
Classificatie
Eigennaam (man)
Naam van een gebied (stamgebied in Israël)
Datering
Benjamin leeft in de aartsvaderlijke periode, in de tijd van Jakob, rond het tweede millennium v.Chr. Zijn stam en gebied blijven een belangrijke rol spelen in de tijd van de richteren, de koningen en de profeten, tot in de periode na de ballingschap.
Naam in het Hebreeuws
בִּנְיָמִין (Binyamin)
Naam in het Grieks
Βενιαμίν (Beniamín)
Strongnummers
Hebreeuws: H1144
Grieks: G958
Etymologische gegevens
Benjamin is samengesteld uit בֵּן (ben, “zoon”) en יָמִין (yamin, “rechterhand, zuiden”). Letterlijk: “zoon van de rechterhand”. De rechterhand is in de Bijbel de plaats van kracht, zegen en voorrang. De etymologie onderstreept dat Benjamin, hoewel de jongste, een positie van bijzondere liefde en bescherming ontvangt. Tegelijk kan “zuid” verwijzen naar de ligging van zijn stamgebied ten zuiden van het noordenrijk.
Formuleringen (Schrijfwijze)
Statenvertaling: Benjamin
Herziene Statenvertaling: Benjamin
King James Version: Benjamin
Symbolische betekenis
Symbolisch staat Benjamin voor geliefde zoon, bevoorrechte erfgenaam en tegelijk voor een stam met grote spanning: enerzijds dicht bij Juda en de tempel, anderzijds betrokken bij burgeroorlog en bijna-uitroeiing (Richteren 19–21). In het licht van het Nieuwe Testament krijgt de naam extra diepte doordat Paulus, apostel van Christus, uit de stam Benjamin is, als teken dat God genadig blijft voor deze stam.
Bijbelse Stam
Benjamin is zowel persoon als stamnaam. Hij is de jongste zoon van Jakob en Rachel en stamvader van de stam Benjamin, die een eigen gebied ontvangt ten noorden van Juda, rond Jeruzalem en Gibea.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Jakob (Israël) |
| Moeder | Rachel |
| Broers | Ruben, Simeon, Levi, Juda, Dan, Naftali, Gad, Aser, Issaschar, Zebulon, Jozef |
| Zussen | Dinah (halfzus) |
| Vrouw | Niet bij naam vermeld |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Bela, Becher, Asbel, Gera, Naäman, Ehi, Rosj, Muppim, Chuppim, Ard (Genesis 46:21) |
| Dochters | Niet vermeld |
Een korte omschrijving
Benjamin is de jongste zoon van Jakob en Rachel en de enige zoon die in Kanaän wordt geboren. Zijn moeder sterft bij zijn geboorte en noemt hem Ben-Oni (“zoon van mijn smart”), maar Jakob verandert de naam in Benjamin, “zoon van de rechterhand”. Benjamin wordt de stamvader van een stam met een strategisch gelegen gebied rond Jeruzalem en Gibea. Uit deze stam komen onder meer koning Saul en, in het Nieuwe Testament, de apostel Paulus. De geschiedenis van Benjamin is getekend door diepe crisis (bijna-uitroeiing in Richteren 19–21) en tegelijk door herstel en blijvende inbedding in Gods heilsplan.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Genesis 35:18, Genesis 35:24, Genesis 42:4, Genesis 42:36, Genesis 43:14, Genesis 43:15, Genesis 43:16, Genesis 43:29, Genesis 44:12, Genesis 45:12, Genesis 45:14, Genesis 45:22, Genesis 46:19, Genesis 46:21, Genesis 49:27, Exodus 1:3, Numeri 1:11, Numeri 1:36, Numeri 1:37, Numeri 2:22, Numeri 7:60, Numeri 10:24, Numeri 13:9, Numeri 26:38, Numeri 26:41, Numeri 34:21, Deuteronomium 27:12, Deuteronomium 33:12, Jozua 18:11, Jozua 18:20, Jozua 18:21, Jozua 18:28, Jozua 21:4, Jozua 21:17, Richteren 1:21, Richteren 5:14, Richteren 10:9, Richteren 20:12, Richteren 20:13, Richteren 20:14, Richteren 20:15, Richteren 20:17, Richteren 20:18, Richteren 20:20, Richteren 20:21, Richteren 20:23, Richteren 20:24, Richteren 20:25, Richteren 20:28, Richteren 20:30, Richteren 20:31, Richteren 20:32, Richteren 20:35, Richteren 20:36, Richteren 20:39, Richteren 20:40, Richteren 20:41, Richteren 20:43, Richteren 20:44, Richteren 20:46, Richteren 20:48, Richteren 21:6, Richteren 21:13, Richteren 21:15, Richteren 21:16, Richteren 21:17, Richteren 21:20, Richteren 21:21, Richteren 21:23, 1 Samuël 9:1, 1 Samuël 9:16, 1 Samuël 9:21, 1 Samuël 10:2, 1 Samuël 10:20, 1 Samuël 10:21, 2 Samuël 2:9, 2 Samuël 2:15, 2 Samuël 2:25, 2 Samuël 2:31, 2 Samuël 3:19, 2 Samuël 4:2, 2 Samuël 19:17, 2 Samuël 21:14, 1 Koningen 4:18, 1 Koningen 12:21, 1 Koningen 12:23, 1 Kronieken 2:2, 1 Kronieken 6:60, 1 Kronieken 6:65, 1 Kronieken 7:6, 1 Kronieken 7:10, 1 Kronieken 8:1, 1 Kronieken 8:40, 1 Kronieken 9:3, 1 Kronieken 9:7, 1 Kronieken 12:2, 1 Kronieken 12:16, 1 Kronieken 12:29, 1 Kronieken 21:6, 1 Kronieken 27:21, 2 Kronieken 11:1, 2 Kronieken 11:3, 2 Kronieken 11:10, 2 Kronieken 11:12, 2 Kronieken 11:23, 2 Kronieken 14:8, 2 Kronieken 15:2, 2 Kronieken 15:8, 2 Kronieken 15:9, 2 Kronieken 17:17, 2 Kronieken 25:5, 2 Kronieken 31:1, 2 Kronieken 34:9, 2 Kronieken 34:32, Ezra 1:5, Ezra 4:1, Ezra 10:9, Ezra 10:32, Nehemia 3:23, Nehemia 11:4, Nehemia 11:7, Nehemia 11:31, Nehemia 11:36, Nehemia 12:34, Psalmen 68:27, Psalmen 80:2, Jeremía 1:1, Jeremía 6:1, Jeremía 17:26, Jeremía 20:2, Jeremía 32:8, Jeremía 32:44, Jeremía 33:13, Jeremía 37:12, Jeremía 37:13, Jeremía 38:7, Ezechiël 48:22, Ezechiël 48:23, Ezechiël 48:24, Ezechiël 48:32, Hosea 5:8, Obadja 1:19, Zacharia 14:10, Handelingen 13:21, Romeinen 11:1, Filippenzen 3:5, Openbaring 7:8