Beth-Hóron

Betekenis

Beth-Hóron betekent “Huis van de holte” of “Huis van Horon”. De naam verwijst enerzijds naar een geografische holling of bergpas, anderzijds naar de (Egyptisch-)Kanaänitische god Horon. In de Bijbel is Beth-Hóron een strategische doorgang tussen de kustvlakte en het bergland, wat de naam een sterke militaire en geografische betekenis geeft.

Classificatie

Plaatsnaam

Datering

Beth-Hóron wordt gedateerd in de oudtestamentische periode, vanaf de intocht in Kanaän onder Jozua. De plaats blijft belangrijk in de tijd van de koningen, onder andere in de regering van Salomo, en behoudt haar strategische betekenis als doorgang en vestingroute.

Naam in het Hebreeuws

בֵּית חוֹרוֹן (Beth-Chóron)

Naam in het Grieks

Ὡρωνείν (Horonein)

Strongnummers

Hebreeuws: H1032
Grieks: Geen Grieks Strongnummer beschikbaar

Etymologische gegevens

De naam Beth-Hóron is samengesteld uit het Hebreeuwse “beth” (huis, plaats) en “horon”. Dit tweede element wordt vaak verbonden met “holte” of “hollowness”, maar ook met de naam van de god Horon uit Ugaritische en Egyptisch-Kanaänitische context. Zo krijgt Beth-Hóron zowel een topografische als religieuze achtergrond: een “huis” of plaats bij een holte, bergpas of heiligdom.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Beth-Hóron
in de Herziene Statenvertaling: Beth-Hóron
in de King James vertaling: Beth-horon

Symbolische betekenis

Beth-Hóron symboliseert een poort, doorgang en verdedigingslinie. Als bergpas tussen kust en bergland staat de naam voor bescherming, strategische controle en Gods leiding in de strijd, zoals zichtbaar in de overwinning van Jozua. De plaatsnaam krijgt zo een geestelijke betekenis als toegangspoort waar God zijn volk bewaart en richting geeft.

Bijbelse Stam

Efraïm (met grensfunctie naar Benjamin)

Familie

VaderNiet van toepassing
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Beth-Hóron is de naam van twee aangrenzende steden, Boven-Beth-Hóron en Beneden-Beth-Hóron, gelegen op de belangrijke bergpas tussen de vallei van Ajjalon en het bergland van Efraïm en Benjamin. Deze doorgang, bekend als de “opgang van Beth-Hóron”, was een cruciale route voor handel en militaire bewegingen. In de Bijbel speelt Beth-Hóron een rol in de overwinning van Jozua op de Amorieten, waar God ingrijpt met hagelstenen. Later versterkt koning Salomo beide steden als vestingplaatsen. De naam Beth-Hóron is daardoor nauw verbonden met strategische verdediging, Gods hulp in de strijd en de toegang tot het hartland van Israël.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Jozua 10:10, Jozua 10:11, Jozua 16:3, Jozua 16:5, Jozua 18:13, Jozua 18:14, Jozua 21:22, 1 Samuël 13:18, 1 Koningen 9:17, 1 Kronieken 6:68, 1 Kronieken 7:24, 2 Kronieken 8:5, 2 Kronieken 25:13