Betekenissen van de naam Ben-Hánan
De Bijbelse naam Ben-Hánan betekent “zoon van genade” of “zoon van gunst”. De naam Ben-Hánan legt de nadruk op ontvangen gunst, welwillendheid en genade, waarschijnlijk als uitdrukking van een gebed of dankbare belijdenis van Gods goedheid.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Ben-Hánan wordt genoemd in de tijd van de koningen, in de genealogische terugblik van 1 Kronieken. Historisch hoort hij bij de nakomelingen van Juda, in de periode na de vestiging in het land Kanaän, vóór en rondom de monarchie.
Naam in het Hebreeuws
בֶּן־חָנָן (Ben-Ḥánan)
Naam in het Grieks
Υἱὸς Ἁνάν / Benanan (fonetische weergave van de Hebreeuwse naam in de Griekse traditie)
Strongnummers
Hebreeuws: H1135
Grieks: niet afzonderlijk genummerd
Etymologische gegevens
Ben-Hánan is samengesteld uit בֶּן (ben, “zoon”) en חָנָן (ḥanan, “genadig zijn, gunst bewijzen”). Letterlijk betekent de naam “zoon van Hanan” of “zoon van genade”. De wortel חנן wordt in de Bijbel vaak gebruikt voor Gods genadige, welwillende handelen, waardoor de naam Ben-Hánan een sterke theologische lading van gunst en barmhartigheid draagt.
Formuleringen (Schrijfwijze)
Statenvertaling: Ben-Hánan
Herziene Statenvertaling: Ben-Hanan
King James Version: Ben-hanan
Symbolische betekenis
Symbolisch staat Ben-Hánan voor iemand die leeft uit ontvangen genade. Als naam binnen de stam van Juda onderstreept hij dat het voortbestaan van het geslacht niet berust op menselijke kracht, maar op goddelijke gunst. De genealogische vermelding maakt van Ben-Hánan een stille getuige van Gods trouw door de generaties heen.
Bijbelse Stam
Juda – Ben-Hánan is een nakomeling uit het geslacht van Juda, genoemd in de familie van Shimon.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Shimon (uit het geslacht van Juda) |
| Moeder | Niet vermeld |
| Broers | Amnon, Rinnah, Tilon |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | Niet vermeld |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet vermeld |
| Dochters | Niet vermeld |
Een korte omschrijving
Ben-Hánan is een man uit de stam Juda, genoemd in de genealogieën van 1 Kronieken 4. Hij is een van de zonen van Shimon en staat in een rij namen die de voortgang van Juda’s geslacht na de vestiging in het land Kanaän laten zien. Hoewel er geen afzonderlijk verhaal over hem wordt verteld, maakt zijn naam deel uit van de theologische boodschap van Kronieken: God bewaart het geslacht van Juda in genade en trouw. De betekenis “zoon van genade” sluit nauw aan bij deze lijn van goddelijke gunst en verbondstrouw.