Bela

Betekenissen van de naam Bela

De Bijbelse naam Bela wordt doorgaans verklaard als “verslinding”, “vernietiging” of “verwoesting”. De naam is verbonden met kracht, oordeel en het wegvagen of opslokken van wat tegenover hem staat. In de Bijbel komt Bela zowel voor als persoonsnaam (meerdere mannen) als plaatsnaam (een stad in de Jordaanvlakte).

Classificatie

Eigennaam (man)
Plaatsnaam

Datering

Als plaatsnaam (Bela = Zoar) komt Bela al voor in de aartsvaderlijke tijd, in de dagen van Abraham en Lot. Als persoonsnaam verschijnt Bela in de tijd van de Edomitische koningen (voorafgaand aan Israëls monarchie) en in de stamgeschiedenis van Benjamin en Ruben, van de aartsvaders tot in de periode van de koningen en de latere genealogieën.

Naam in het Hebreeuws

בֶּלַע (Bela‘)

Naam in het Grieks

Βελά (Belá) – fonetische weergave in de Griekse vertaling.

Strongnummers

Hebreeuws: H1106
Grieks: niet afzonderlijk genummerd

Etymologische gegevens

Bela is etymologisch verwant aan het Hebreeuwse werkwoord בלע (bala‘), “verslinden, opslokken, vernietigen”. Vanuit deze wortel krijgt de naam de betekenis “vernietiging” of “verslinder”. Dezelfde stam ligt ook ten grondslag aan woorden die “verderf” of “verwoesting” aanduiden, wat de naam een geladen, krachtige bijklank geeft in de context van koningen, stammen en steden.

Formuleringen (Schrijfwijze)

Statenvertaling: Bela
Herziene Statenvertaling: Bela
King James Version: Bela / Belah (varianten in enkele verzen)

Symbolische betekenis

Symbolisch kan Bela staan voor oordeel, vergankelijkheid en de kracht waarmee God volken en machten kan neerhalen. Tegelijk laat de naam in de context van Benjamin en Ruben zien dat God ook binnen stammen met een beladen naam een toekomst en nageslacht geeft. De stad Bela (Zoar) benadrukt bovendien Gods ontferming: een plaats die ontkomt aan totale vernietiging door goddelijke genade.

Bijbelse stam

Edom: Bela, zoon van Beor, eerste koning van Edom.
Benjamin: Bela, eerstgeboren zoon van Benjamin, stamvader van een grote Benjaminitische familie.
Ruben: Bela, een Rubeniet, nakomeling van Azaz.

Plaatsnaam: Bela als stad in de Jordaanvlakte, later bekend als Zoar, buiten de stamgebieden van Israël maar nauw verbonden met de geschiedenis van Lot.

Familie

RelatieNaam
VaderBeor (koning van Edom); Benjamin (vader van Bela de Benjamiet); Azaz (vader van Bela de Rubeniet)
MoederNiet genoemd
BroersBroers van Bela, zoon van Benjamin: Becher, Asbel, Gera, Naäman, Ehi, Ros, Muppim, Huppim, Ard
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing
ZonenNazaten van Bela (Benjamin) vormen meerdere Benjaminitische geslachten; namen worden per geslachtsregister verschillend opgesomd
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Bela is een veelvormige Bijbelse naam. Hij duidt een stad in de Jordaanvlakte aan, later Zoar genoemd, die gespaard bleef bij de ondergang van Sodom en Gomorra. Daarnaast is Bela de naam van de eerste koning van Edom, zoon van Beor, waarmee de Edomitische monarchie vóór Israëls koningschap wordt getekend. In de stam Benjamin is Bela de eerstgeboren zoon en stamvader van een omvangrijke familie, terwijl in Ruben een andere Bela als vooraanstaand nakomeling wordt genoemd. De naam, die “vernietiging” of “verslinder” betekent, staat in de Bijbel op het kruispunt van oordeel, geschiedenis van volken en de opbouw van Israëls stammen.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 14:2, Genesis 14:8, Genesis 36:32, Genesis 36:33, Genesis 46:21, Numeri 26:38, Numeri 26:40, 1 Kronieken 1:43, 1 Kronieken 1:44, 1 Kronieken 5:8, 1 Kronieken 7:6, 1 Kronieken 7:7, 1 Kronieken 8:1, 1 Kronieken 8:3