Betekenissen van de naam Beërôth
De Bijbelse naam Beërôth betekent “bronnen” of “putten”. Het is de meervoudsvorm van het Hebreeuwse woord voor “bron/put” en duidt een plaats aan die gekenmerkt wordt door meerdere waterbronnen, een strategische en levensnoodzakelijke voorziening in het bergland van Benjamin.
Classificatie
Plaatsnaam
Datering
Beërôth wordt genoemd in de tijd van de intocht onder Jozua, in de monarchie van Saul en David en in de periode na de ballingschap. De stad was dus bewoond van de vroege IJzertijd tot in de post‑exilische tijd.
Naam in het Hebreeuws
בְּאֵרוֹת (Bᵉ’erôth)
Naam in het Grieks
Βηρωθ (Bērōth) – fonetische weergave in de Griekse vertaling.
Strongnummers
Hebreeuws: H881
Grieks: niet van toepassing
Etymologische gegevens
Beërôth is de vrouwelijke meervoudsvorm van בְּאֵר (be’er, “bron, put”). Letterlijk betekent de naam “bronnen/putten” en verwijst naar een stad die rond meerdere waterbronnen is ontstaan. De etymologie onderstreept het belang van water, handel en doorgangsroutes in het centrale bergland van Benjamin.
Formuleringen (Schrijfwijze)
Statenvertaling: Beërôth
Herziene Statenvertaling: Beëroth / Beeroth
King James Version: Beeroth
Symbolische betekenis
Symbolisch staat Beërôth voor bronnen van leven en voor een plaats waar vreemdelingen (de Gibeonieten) onder Israëls verbond vallen. De stad herinnert aan de kracht van een eed in Gods Naam en aan de inlijving van niet‑Israëlitische volken binnen de grenzen van het beloofde land.
Bijbelse stam
Beërôth is een Gibeonitische stad, maar ligt binnen het stamgebied van Benjamin.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
| Moeder | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
| Broers | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
| Zussen | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
| Vrouw | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
| Man | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
| Zonen | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
| Dochters | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
Een korte omschrijving
Beërôth is een stad van de Gibeonieten in het bergland van Benjamin. Zij sluit samen met Gibeon, Kefira en Kirjath-Jearim een listig verbond met Jozua, waarna Israël de eed in stand houdt en de inwoners tot houthakkers en waterputters maakt. Beërôth wordt later expliciet genoemd als stad in het erfdeel van Benjamin en blijft bestaan tot na de ballingschap, wanneer haar inwoners terugkeren. De naam “bronnen” benadrukt zowel de fysieke waterbronnen als de blijvende herinnering aan een onherroepelijke eed in de Naam van de HEERE.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Deuteronomium 10:6, Jozua 9:17, Jozua 18:25, 2 Samuël 4:2, Ezra 2:25, Nehemia 7:29