Bazluth

Betekenissen

Bazluth betekent waarschijnlijk “bescheiden”, “gering” of “veracht”. De exacte betekenis is onzeker, maar de naam wordt vaak verbonden met nederigheid of geringe status.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Bazluth behoort tot de periode na de Babylonische ballingschap, in de tijd van Ezra en Nehemia (5e eeuw v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

בַּזְלוּת (Bazluth)

Naam in het Grieks

Βαζλούθ

Strongnummers

Hebreeuws: H1213
Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

De naam Bazluth is mogelijk afgeleid van een wortel die “gering zijn”, “laag zijn” of “veracht worden” betekent. De naam komt voor in de lijsten van de Nethinim, een groep tempeldienaren die een nederige maar belangrijke rol vervulden in de dienst van de tempel na de ballingschap.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Bazluth
In de Herziene Statenvertaling: Bazluth
In de King James vertaling: Bazluth

Symbolische betekenis

Bazluth staat symbool voor nederige dienstbaarheid. De naam vertegenwoordigt mensen die, hoewel weinig bekend, een belangrijke rol speelden in het herstel van de tempel en de eredienst in Jeruzalem.

Bijbelse Stam

Bazluth behoort tot de Nethinim, een groep tempeldienaren die verbonden waren aan de teruggekeerde Judeeërs. Geen specifieke stam wordt genoemd.

Familie

RelatieNaam / Gegevens
VaderOnbekend
MoederOnbekend
BroersOnbekend
ZussenOnbekend
VrouwOnbekend
ManNiet van toepassing
Zonen“Kinderen van Bazluth” worden genoemd, maar geen namen
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Bazluth is een minder bekende Bijbelse naam die voorkomt in de lijsten van de Nethinim, de tempeldienaren die met Zerubbabel en later met Ezra terugkeerden uit de Babylonische ballingschap. De “kinderen van Bazluth” worden genoemd als een familie die zich opnieuw vestigde in Juda en betrokken was bij de herinrichting van de tempeldienst. Hoewel er geen verhalende passages over hem bestaan, benadrukt zijn naam de nederige maar onmisbare rol van de Nethinim in het religieuze leven van Israël.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Ezra 2:52, Nehemia 7:54,