Betekenissen
Bathséba betekent “dochter van de eed” of “dochter van de belofte”. De naam wordt ook verbonden met “dochter van overvloed” of “dochter van rijkdom”, afhankelijk van de etymologische herleiding.
Classificatie
Eigennaam (vrouw)
Datering
Bathséba leefde in de tijd van koning David, rond de 10e eeuw voor Christus.
Naam in het Hebreeuws
בַּת־שֶׁבַע (Bat-Sheva / Bathséba)
Naam in het Grieks
Βηθσαβεέ (Bethsabee)
Strongnummers
Hebreeuws: H1339
Grieks: G0944
Etymologische gegevens
Bathséba is samengesteld uit bath (“dochter”) en sheva, dat kan verwijzen naar “eed”, “belofte” of het getal zeven, dat volheid en voltooiing symboliseert. De naam kan dus betekenen: “dochter van de eed”, “dochter van de volheid” of “dochter van de belofte”. In 1 Kronieken wordt zij Bath-Sua genoemd, een variatie die “dochter van rijkdom/voorspoed” kan betekenen.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Bathséba
In de Herziene Statenvertaling: Bathseba
In de King James vertaling: Bathsheba
Symbolische betekenis
Bathséba staat symbool voor vergeving, herstel en Gods trouw ondanks menselijke zonde. Als moeder van Salomo is zij verbonden met de koninklijke en messiaanse lijn. Haar levensverhaal benadrukt zowel menselijke gebrokenheid als goddelijke genade.
Bijbelse Stam
Door haar huwelijk met David behoort Bathséba tot de stam Juda.
Familie
| Relatie | Naam / Gegevens |
|---|---|
| Vader | Eliam (ook Ammiël genoemd) |
| Moeder | Onbekend |
| Broers | Niet vermeld |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Man | Uria de Hethiet (eerste echtgenoot), daarna koning David |
| Zonen | Samua, Sobab, Nathan, Salomo |
| Dochters | Niet vermeld |
Een korte omschrijving
Bathséba is een centrale vrouwelijke figuur in de geschiedenis van koning David. Zij was oorspronkelijk de vrouw van Uria de Hethiet, maar werd Davids vrouw nadat hij overspel met haar had gepleegd en Uria was omgekomen. Ondanks deze tragische gebeurtenissen werd Bathséba de moeder van Salomo, de toekomstige koning van Israël. Haar naam verschijnt in de genealogie van Jezus, wat haar een belangrijke plaats geeft in de Bijbelse heilsgeschiedenis. Bathséba wordt gekenmerkt door haar rol in het koningshuis, haar invloed op Salomo en haar plaats in de lijn van de Messias.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
2 Samuël 11:3, 2 Samuël 12:24, 1 Koningen 1:11, 1 Koningen 1:15, 1 Koningen 1:16, 1 Koningen 1:28, 1 Koningen 1:31, 1 Koningen 2:13, 1 Koningen 2:18, 1 Koningen 2:19, Psalmen 51:1,