Betekenissen
De Bijbelse naam Bath-Sua betekent “dochter van rijkdom”, “dochter van voorspoed” of “dochter van overvloed”. De naam wordt meestal gezien als een variant van Bathseba en roept associaties op met welvaart, eer en koninklijke waardigheid.
Classificatie
Eigennaam (vrouw)
Datering
Bath-Sua leeft in de tijd van koning David, rond de 10e eeuw voor Christus, in het koninkrijk Juda.
Naam in het Hebreeuws
בַּת־שׁוּעַ (Bat-Sjua / Bath-Sua)
Naam in het Grieks
Βαθσουά (weergave van de Hebreeuwse naam in Griekse letters)
Strongnummers
Hebreeuws: samengesteld uit H1323 (bath, “dochter”) en H7770 (shua, “rijkdom/voorspoed”); geen apart Strong-nummer als samengestelde eigennaam.
Grieks: niet van toepassing
Etymologische gegevens
Bath-Sua is opgebouwd uit bath (“dochter”) en shua, dat vaak wordt verklaard als “rijkdom”, “voorspoed” of “welstand”. De naam is een variant van Bathseba en wordt in 1 Kronieken gebruikt voor dezelfde persoon. Etymologisch benadrukt Bath-Sua een vrouw die verbonden is met overvloed en eer, passend bij haar positie in het koningshuis van David.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Bath-Sua
In de Herziene Statenvertaling: Bath-Sua
In de King James vertaling: Bathshua
Symbolische betekenis
De naam Bath-Sua symboliseert koninklijke waardigheid, genade en de spanning tussen zonde en vergeving in de geschiedenis van David. Als moeder van Salomo is Bath-Sua verbonden met de lijn waaruit de Messias voortkomt, waardoor haar naam ook staat voor Gods trouw en herstel ondanks menselijke gebrokenheid.
Bijbelse Stam
Door haar huwelijk met David is Bath-Sua verbonden met de stam Juda en het koninklijke huis van David.
Familie
| Relatie | Naam / Gegevens |
|---|---|
| Vader | Ammiël (ook Eliam genoemd) |
| Moeder | Onbekend |
| Broers | Niet vermeld |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Man | Eerst Uria de Hethiet, daarna koning David |
| Zonen | Samua, Sobab, Nathan, Salomo |
| Dochters | Niet vermeld |
Een korte omschrijving
Bath-Sua is de naam die in 1 Kronieken wordt gebruikt voor Bathseba, de vrouw van koning David en moeder van Salomo. Zij was oorspronkelijk de vrouw van Uria de Hethiet, maar werd na Davids overspel en Uria’s dood zijn vrouw. Uit hun huwelijk werden meerdere zonen geboren, onder wie Salomo, die David opvolgde als koning. De naam Bath-Sua markeert haar plaats in de koninklijke genealogie van Juda en verbindt haar direct met de messiaanse lijn.