Bakbukja

Betekenissen

Bakbukja betekent “de HEERE giet uit” of “Jahweh heeft uitgegoten”. De naam draagt een sterke theologische lading van afhankelijkheid en goddelijke voorziening.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Genoemd in de periode na de Babylonische ballingschap, tijdens de herinrichting van de tempeldienst in Jeruzalem.

Naam in het Hebreeuws

בַּקְבֻקְיָה (Bakbuqjāh)

Naam in het Grieks

Βακβουκία (Bakboukia)

Strongnummers

Hebreeuws: H1232
Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit בַּקְבֻק (“kruik”, “uitgieten”) en יָה (“Jah”, een verkorte vorm van Jahweh). Hierdoor krijgt de naam de betekenis van een handeling die door God wordt verricht: het uitgieten van zegen, oordeel of vervulling.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Bakbukja
in de Herziene Statenvertaling: Bakbukja
in de King James vertaling: Bakbukiah

Symbolische betekenis

De naam symboliseert goddelijke overvloed, toewijding en het idee dat God zelf uitgiet wat nodig is voor Zijn volk.

Bijbelse Stam

Levi

Familie

RelatieNaam / Opmerking
Vaderniet vermeld
Moederniet vermeld
Broersniet vermeld
Zussenniet vermeld
Vrouwniet vermeld
Manniet van toepassing
Zonenniet vermeld
Dochtersniet vermeld

Een korte omschrijving

Bakbukja is een Leviet die een belangrijke rol vervulde in de tempeldienst na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap. Hij wordt genoemd als een van de zangers en poortwachters die verantwoordelijk waren voor de dagelijkse lofzang en eredienst in het herstelde Jeruzalem. Zijn naam weerspiegelt de geestelijke betekenis van zijn taak: het uitgieten van lof en aanbidding voor de HEERE. Bakbukja verschijnt in lijsten die de herstructurering van de religieuze orde beschrijven, wat zijn betrokkenheid bij de wederopbouw van de gemeenschap onderstreept.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Nehemia 11:17, Nehemia 12:9, Nehemia 12:25