Betekenissen
Bakbuk betekent “flessenman”, “kruik” of “uitgieten”. De naam draagt het beeld van iets dat leegloopt of wordt uitgegoten.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Genoemd in de periode na de Babylonische ballingschap, tijdens de teruggekeerde gemeenschap in Juda.
Naam in het Hebreeuws
בַּקְבּוּק (Bakbuk)
Naam in het Grieks
Βακβούκ (Bakbouk)
Strongnummers
Hebreeuws: H1231
Grieks: niet van toepassing
Etymologische gegevens
De naam is verwant aan een wortel die “uitgieten”, “leegmaken” of “klinken als een lege kruik” betekent. Het woord heeft een klanknabootsend karakter, alsof het het geluid van een lege kruik weergeeft.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Bakbuk
in de Herziene Statenvertaling: Bakbuk
in de King James vertaling: Bakbuk
Symbolische betekenis
De naam kan symbool staan voor leegheid, afhankelijkheid of het volledig uitgieten van zichzelf in dienstbaarheid.
Bijbelse Stam
Niet specifiek vermeld.
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | niet vermeld |
| Moeder | niet vermeld |
| Broers | niet vermeld |
| Zussen | niet vermeld |
| Vrouw | niet vermeld |
| Man | niet van toepassing |
| Zonen | niet vermeld |
| Dochters | niet vermeld |
Een korte omschrijving
Bakbuk is een van de dienaren van de tempel die genoemd wordt onder de teruggekeerde ballingen in de tijd van Ezra en Nehemia. Zijn naam verschijnt in lijsten die de herstructurering van de religieuze en maatschappelijke orde beschrijven na de terugkeer uit Babel. Hoewel er weinig persoonlijke informatie over hem wordt gegeven, maakt zijn vermelding duidelijk dat hij deel uitmaakte van de groep die verantwoordelijk was voor praktische en religieuze taken binnen de gemeenschap.