Betekenissen van de naam Baëseja
De Bijbelse naam Baëseja betekent “in het werk van de HEERE” of “in de dienst van de HEERE”. De naam drukt toewijding, dienstbaarheid en betrokkenheid bij het werk van God uit. Baëseja is daarmee een uitgesproken theofore naam die het leven van de drager rechtstreeks verbindt met de dienst aan Jahweh.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Baëseja wordt genoemd in de tijd die door de Kroniekschrijver wordt overzien, teruggrijpend op de periode van de vroege monarchie. Hij staat in de Levitische geslachtsregisters als voorvader in de lijn die leidt naar Asaf, de bekende zangleider in de dagen van David.
Naam in het Hebreeuws
בַּעֲשֵׂיָה (Baʿăsejāh)
Naam in het Grieks
Βαασειά (Baaseia)
Strongnummers
Hebreeuws: H1201
Grieks: Geen specifiek Strongnummer
Etymologische gegevens
Baëseja is samengesteld uit het element baʿăse, verwant aan het werkwoord עשה (“doen, werken, handelen”), en de theofore uitgang -jāh, een verkorte vorm van de Godsnaam Jahweh. Letterlijk betekent de naam “in het werk van Jahweh” of “in de dienst van Jahweh”. Het is een typische Levitische naam, passend bij iemand die in de priesterlijke en muzikale dienst van de tempel staat.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Baëseja
In de Herziene Statenvertaling: Baäseja
In de King James vertaling: Baaseiah
Symbolische betekenis
Baëseja symboliseert een leven dat geheel in het teken staat van Gods werk. Als Levitische naam benadrukt Baëseja de roeping om in de dienst van de HEERE te staan, in aanbidding, onderwijzing en tempeldienst. De naam herinnert eraan dat ware identiteit en roeping gevonden worden in het meewerken aan wat God doet in zijn volk.
Bijbelse Stam
Levi
Familie
| Vader | Malkia (Malchijah), een Levitische voorvader |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Niet genoemd |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Michael wordt genoemd als zoon van Baëseja |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Baëseja is een Levitische man die in 1 Kronieken wordt genoemd als voorvader in de lijn van Asaf, de beroemde zangleider in de tempeldienst van David. Hoewel er geen verhalen over zijn leven worden verteld, is zijn naam zorgvuldig bewaard in de genealogie van de Levieten. Dat onderstreept hoe belangrijk de continuïteit van de priesterlijke en muzikale dienst was voor Israël. De betekenis “in het werk van de HEERE” past precies bij zijn plaats in de Levitische lijn: Baëseja staat model voor een dienaar die, misschien onopvallend, maar wezenlijk, deel uitmaakt van de aanbidding en eredienst van God in zijn volk.