Báära

Betekenissen van de naam Báära

Báära betekent waarschijnlijk “brandende”, “vurig” of “verbrandende”. De Bijbelse naam Báära is verbonden met een Hebreeuwse wortel die “branden, verteren” aanduidt en draagt zo de gedachte van vurigheid, hitte of vertering in zich. Het is een persoonlijke vrouwennaam in de geslachtsregisters van de stam Benjamin.

Classificatie

Eigennaam (vrouw)

Datering

Báära wordt genoemd in de geslachtsregisters van 1 Kronieken, die teruggrijpen op de periode vóór de Babylonische ballingschap. Zij leefde in de tijd van de vroege koninkrijken en richteren, als vrouw binnen een Benjaminitische familie, al wordt haar exacte historische datering niet nader gespecificeerd.

Naam in het Hebreeuws

בַּעֲרָא (Baʿarā)

Naam in het Grieks

Βααρά (Baara)

Strongnummers

Hebreeuws: H1199
Grieks: Geen specifiek Strongnummer

Etymologische gegevens

Báära is afgeleid van de wortel בער, die “branden, verteren” maar ook “bot, dom zijn” kan betekenen. In naamvorm wordt de betekenis meestal in de richting van “brandende, vurige” verstaan. De naam kan een karaktertrek (vurigheid) of een levenservaring (door vuur heen gaan) uitdrukken. Als vrouwennaam in Benjamin laat Báära zien dat ook sterke, beeldrijke werkwoorden tot persoonsnamen konden worden gevormd.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Baära
In de Herziene Statenvertaling: Baära
In de King James vertaling: Baara

Symbolische betekenis

Symbolisch kan Báära staan voor vurigheid, intensiteit en het “door het vuur” gaan. In de context van de geslachtsregisters van Benjamin vertegenwoordigt zij een schakel in een familie die veel strijd, oordeel en genade heeft gekend. De naam herinnert eraan dat God ook mensen met een “vurig” leven of karakter inschakelt in zijn verbondsgeschiedenis.

Bijbelse Stam

Benjamin

Familie

VaderNiet genoemd
MoederNiet genoemd
BroersNiet genoemd
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet van toepassing
ManSaharaïm (Saharaïm wordt genoemd als haar man, een Benjaminitische man)
ZonenNiet genoemd
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Báära is een vrouw uit de stam Benjamin, genoemd in 1 Kronieken 8. Zij wordt daar vermeld als een van de vrouwen van Saharaïm, die kinderen verwekt in het land Moab nadat hij zijn vrouwen Huschim en Báära heeft weggezonden. Over haar verdere leven, kinderen of daden wordt niets verteld; haar naam blijft bewaard als onderdeel van de Benjaminitische geslachtslijn. De betekenis “vurig, brandend” geeft haar naam een krachtige, beeldende lading binnen de genealogie van Israël.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Kronieken 8:8