Betekenissen van de naam Báäna
Báäna betekent waarschijnlijk “zoon van verdrukking”, “in verdrukking geboren” of “ellende, onderdrukking”. De Bijbelse naam Báäna is verbonden met het Hebreeuwse werkwoord voor “verdrukken, vernederen” en draagt zo de gedachte van moeite, druk en nood in zich. Het is een veelvoorkomende mannennaam in het Oude Testament.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
De naam Báäna komt voor in verschillende perioden van de Bijbelse geschiedenis: in de tijd van koning David (10e eeuw v.Chr.), in de regering van Salomo en in de na‑ballingschapstijd onder Ezra en Nehemia (5e eeuw v.Chr.). De dragers van de naam Báäna zijn dus verspreid over de monarchale en de herstelfase van Israël.
Naam in het Hebreeuws
בַּעֲנָא (Baʿanā) / verwant: בַּעֲנָה (Baʿanāh)
Naam in het Grieks
Βαανά (Baana)
Strongnummers
Hebreeuws: H1195 (Báäna); verwant: H1196
Grieks: Geen specifiek Strongnummer
Etymologische gegevens
Báäna is afgeleid van de wortel ענה, die “verdrukken, vernederen, kwellen” maar ook “antwoorden” kan betekenen. In naamvorm wordt dit vaak uitgelegd als “zoon van verdrukking” of “in verdrukking geboren”. De naam weerspiegelt een levenssituatie van moeite of een besef van kleinheid en afhankelijkheid. Door de verschillende spellingen (met en zonder slot‑h) komen in de Hebreeuwse tekst meerdere, nauw verwante vormen voor.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Baäna
In de Herziene Statenvertaling: Baäna
In de King James vertaling: Baana / Baanah
Symbolische betekenis
Symbolisch staat de naam Báäna voor leven onder druk en verdrukking, maar ook voor trouw dienstbetoon te midden van moeilijke omstandigheden. Verschillende mannen met deze naam dienen als leiders, opzichters of medewerkers in het koninkrijk van David en Salomo en in het herstelwerk van Jeruzalem. De naam herinnert eraan dat God mensen uit verdrukking kan gebruiken in zijn dienst.
Bijbelse Stam
De dragers van de naam Báäna zijn verbonden met verschillende stammen en gebieden.
Familie
| Vader | Niet genoemd |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Niet genoemd |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Báäna is een veelvoorkomende mannennaam in het Oude Testament. We ontmoeten een Báäna als een van Salomo’s landvoogden, die voor de koning voedsel levert uit zijn district. Een andere Báäna is zoon van Hushai, eveneens in de kring van Salomo’s bestuur. In de boeken Ezra en Nehemia dragen verschillende teruggekeerde Judeeërs de naam Báäna; zij behoren tot de mannen die meebouwen aan Jeruzalem en het verbond vernieuwen. De naam, die “zoon van verdrukking” betekent, tekent mensen die uit moeite en ballingschap komen, maar toch een plaats krijgen in Gods opbouwend werk.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Koningen 4:12, 1 Koningen 4:16, 1 Kronieken 11:30, Nehemia 10:27