Baäl-Thamar

Betekenissen van de naam Baäl-Thamar

Baäl-Thamar betekent “heer van de palmboom” of “heer van de dadelpalm”. De naam verwijst naar een plaats die gekenmerkt werd door een opvallende palmboom of een palmenbos, gezien als het domein of de “heerlijkheid” van Baäl.

Classificatie

Plaatsnaam

Datering

Baäl-Thamar wordt genoemd in de tijd van de richteren, tijdens de burgeroorlog tegen de stam Benjamin (ongeveer 12e–11e eeuw v.Chr.), vóór de instelling van het koningschap in Israël.

Naam in het Hebreeuws

בַּעַל תָּמָר (Baʿal-Tamar)

Naam in het Grieks

Βααλθαμάρ (Baal-thamar)

Strongnummers

Hebreeuws: H1193
Grieks: Geen specifiek Strongnummer

Etymologische gegevens

Baäl-Thamar is samengesteld uit Baäl (“heer, eigenaar”) en tamar (“palmboom, dadelpalm”). De palmboom is in het Hebreeuws een bekend symbool van rechtopheid en vruchtbaarheid. De naam duidt een plaats aan waar een markante palmboom stond, mogelijk verbonden met Baäl‑verering of als herkenningspunt in het landschap.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Baäl-Thamar
In de Herziene Statenvertaling: Baäl-Thamar
In de King James vertaling: Baal-tamar

Symbolische betekenis

Baäl-Thamar symboliseert een plaats van schijnbare vruchtbaarheid en kracht (de palm), maar in de Bijbel wordt het vooral een plaats van strijd, oordeel en ommekeer. Hier zet Israël een hinderlaag in tegen Benjamin, wat de keer in de strijd markeert. De naam herinnert eraan dat God recht verschaft, zelfs op een plek die in haar naam nog de sporen van Baäl draagt.

Bijbelse Stam

Benjamin (in de nabijheid van Gibea, de stad van Benjamin)

Familie

VaderNiet van toepassing (plaatsnaam)
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Baäl-Thamar is een plaats in het gebied van Benjamin, genoemd in het verslag van de burgeroorlog tegen de stam Benjamin in Richteren 20. Israël trekt zich daar in slagorde terug, terwijl een hinderlaag om Gibea heen wordt gelegd. Vanaf Baäl-Thamar rukken de Israëlieten op om de Benjaminieten te treffen, waarna de hinderlaag uit zijn schuilplaats tevoorschijn komt en de stad inneemt. De naam “heer van de palmboom” verbindt een herkenbare, vruchtbare plek in het landschap met een beslissend moment van oordeel en ommekeer in Israëls geschiedenis.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Richteren 20:33