Betekenissen van de naam Baälis
Baälis betekent waarschijnlijk “Baäl is (heer)” of “Baäl is mijn heer”. De Bijbelse naam Baälis drukt trouw of toebehoren aan de god Baäl uit en weerspiegelt zo de heidense, Ammonitische achtergrond van deze koning die in de profeet Jeremia wordt genoemd.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Baälis leefde in de tijd na de val van Jeruzalem (586 v.Chr.), in de periode van de Babylonische overheersing. Hij was koning van de Ammonieten toen Gedalia, door Nebukadnezar aangesteld als gouverneur over het overgebleven volk in Juda, werd vermoord.
Naam in het Hebreeuws
בַּעֲלִיס (Baʿalis)
Naam in het Grieks
Βααλής (Baalēs)
Strongnummers
Hebreeuws: H1183
Grieks: Geen specifiek Strongnummer
Etymologische gegevens
De naam Baälis is opgebouwd uit Baäl (“heer, eigenaar, god”) en een uitgang die waarschijnlijk een werkwoordelijke of pronominale nuance geeft (“is”, “mijn”). De betekenis ligt in de richting van “Baäl is (heer)” of “Baäl is mijn heer”. De naam weerspiegelt de Ammonitische verering van Baäl en staat in scherp contrast met de belijdenis van Israël, dat de HEERE als enige God erkent.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Baälis
In de Herziene Statenvertaling: Baälis
In de King James vertaling: Baalis
Symbolische betekenis
Baälis symboliseert vijandschap en ondermijning van Gods weg met Juda. Als heidense koning van Ammon staat hij aan de oorsprong van het complot tegen Gedalia, de door God toegelaten bestuurder van het overgebleven volk. Zijn naam, die de heerschappij van Baäl belijdt, staat tegenover de heerschappij van de HEERE en onderstreept de geestelijke strijd rond het herstel van Juda na de ballingschap.
Bijbelse Stam
Niet van toepassing.
Familie
| Vader | Niet genoemd |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Niet genoemd |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Baälis is een Ammonitische koning die in het boek Jeremia wordt genoemd. Na de verwoesting van Jeruzalem stelt de Babylonische koning Nebukadnezar Gedalia aan als gouverneur over het overgebleven volk in Juda. Baälis voelt zich bedreigd door deze nieuwe politieke situatie en zet Ismaël, een lid van het koninklijk huis van Juda, aan om Gedalia te vermoorden. Deze moord leidt tot verdere chaos, angst en vlucht naar Egypte. De naam Baälis is daarmee verbonden met intrige, verzet tegen Gods leiding en het mislukken van een vreedzame heropbouw van Juda.