Betekenissen van de naam Baäl-Perázim
Baäl-Perázim betekent “heer van de doorbraken”, “heer van de bressen” of “heer van de doorbraak”. De naam herinnert aan een machtige, plotselinge doorbraak van overwinning, alsof water een dam doorbreekt.
Classificatie
Plaatsnaam
Datering
Baäl-Perázim wordt genoemd in de tijd van koning David (10e eeuw v.Chr.), bij een van zijn eerste grote overwinningen op de Filistijnen kort na zijn zalving tot koning over heel Israël.
Naam in het Hebreeuws
בַּעַל פְּרָצִים (Baʿal-Peratsim)
Naam in het Grieks
Βααλφαρασείμ (Baalpharaseim)
Strongnummers
Hebreeuws: H1188
Grieks: Geen specifiek Strongnummer
Etymologische gegevens
Baäl-Perázim is samengesteld uit *Baäl* (“heer, eigenaar”) en *perazim*, het meervoud van פֶּרֶץ (“breuk, bres, doorbraak”), afkomstig van de wortel פרץ (“doorbreken, uitbreken”). Letterlijk betekent de naam “heer van de doorbraken” of “heer van de bressen”. David verklaart dat de HEERE zijn vijanden “doorbroken” heeft als doorbrekend water, en geeft de plaats daarom deze naam.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Baäl-Perazim
In de Herziene Statenvertaling: Baäl-Perazim
In de King James vertaling: Baal-perazim
Symbolische betekenis
Baäl-Perázim symboliseert Gods overweldigende doorbraak in de strijd. De naam staat voor een beslissende, door God gegeven overwinning waarbij Hij zelf de bres slaat in de linies van de vijand. Het is een beeld van Gods macht om plotseling en krachtig in te grijpen ten gunste van zijn volk.
Bijbelse Stam
Juda (in de buurt van de vallei van Refaïm, bij Jeruzalem)
Familie
| Vader | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
| Moeder | Niet van toepassing |
| Broers | Verwante plaatsen in de omgeving van Jeruzalem, zoals de vallei van Refaïm |
| Zussen | Niet van toepassing |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet van toepassing |
| Dochters | Niet van toepassing |
Een korte omschrijving
Baäl-Perázim is de naam van een plaats in de buurt van de vallei van Refaïm, ten zuiden van Jeruzalem. Hier versloeg koning David de Filistijnen nadat hij de HEERE had geraadpleegd. David beleed dat God zijn vijanden voor hem had “doorbroken” als een doorbraak van water en noemde de plaats daarom Baäl-Perázim, “heer van de doorbraken”. Deze gebeurtenis markeert een keerpunt in Davids koningschap: God bevestigt zijn heerschappij door een krachtige, goddelijke interventie in de strijd. De naam blijft in de Schrift een herinnering aan Gods vermogen om onverwacht en overweldigend in te grijpen.