Baäl-Meon

Betekenissen van de naam Baäl-Meon

Baäl-Meon betekent “heer van de woning”, “heer van de woonplaats” of “heer van Meon”. De Bijbelse naam Baäl-Meon verwijst naar een stad die onder de heerschappij of cultus van Baäl stond en bekendstond als een plaats van bewoning en vestiging.

Classificatie

Plaatsnaam

Datering

Baäl-Meon wordt genoemd in de tijd van Mozes, wanneer de stam Ruben zich ten oosten van de Jordaan vestigt, en opnieuw in de profetische tijd van Jeremia en Ezechiël (7e–6e eeuw v.Chr.), wanneer de stad tot het gebied van Moab behoort.

Naam in het Hebreeuws

בַּעַל מְעוֹן (Baʿal-Meon)

Naam in het Grieks

Βααλμαών (Baalmaōn)

Strongnummers

Hebreeuws: H1186 (Baäl-Meon); verwant: H1010 (Beth-Baäl-Meon)
Grieks: Geen specifiek Strongnummer

Etymologische gegevens

Baäl-Meon is samengesteld uit *Baäl* (“heer, eigenaar”) en *Meon*, verwant aan מָעוֹן (“woning, verblijf, woonplaats”). De naam betekent letterlijk “heer van de woning” of “heer van Meon” en duidt een stad aan waar Baäl‑verering en vaste bewoning samenkomen. In sommige teksten verschijnt de vorm Beth-Baäl-Meon, “huis van Baäl-Meon”.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Baäl-Meon; Beth-Baäl-Meon
In de Herziene Statenvertaling: Baäl-Meon; Beth-Baäl-Meon
In de King James vertaling: Baal-meon; Beth-baal-meon

Symbolische betekenis

Baäl-Meon symboliseert een erfdeel dat door afgoderij wordt aangetast. De stad, ooit in handen van Ruben, komt onder Moabitische heerschappij en Baäl‑cultus te staan. De naam herinnert aan het gevaar dat een “woonplaats” die door God gegeven is, kan worden omgevormd tot een centrum van afgodendienst wanneer het volk zich van de HEERE afkeert.

Bijbelse Stam

Ruben (oostelijk van de Jordaan, in het gebied van Gilead en Moab)

Familie

VaderNiet van toepassing (plaatsnaam)
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Baäl-Meon is een stad ten oosten van de Jordaan, in het gebied dat door de stam Ruben werd ingenomen. In Numeri 32 wordt Baäl-Meon genoemd als een van de steden die de Rubenieten bouwen en versterken. Later komt de stad onder de heerschappij van Moab te staan en wordt zij bekend als een centrum van Baäl‑verering. Profeten als Jeremia en Ezechiël noemen Baäl-Meon in hun oordeelswoorden over Moab. De naam “heer van de woning” onderstreept dat deze stad een vaste woonplaats was, maar tegelijk een plaats waar de dienst aan Baäl de plaats innam van de ware eredienst aan de HEERE.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Numeri 32:38, Jozua 13:17, 1 Kronieken 5:8, Ezechiël 25:9, Jozua 13:17