Baäl-Berith

Betekenissen

Baäl-Berith betekent “Heer van het verbond” of “Meester van het verbond”. De naam verwijst naar een afgod die door de inwoners van Sichem werd vereerd als de god die een verbond of overeenkomst beschermde.

Classificatie

Eigennaam (man)
Objectnaam

Datering

De naam komt voor in de tijd van de Richteren, ruwweg tussen 1200 en 1050 v.Chr., in de periode na de intocht in Kanaän en vóór de instelling van het koningschap in Israël.

Naam in het Hebreeuws

בַּעַל בְּרִית (Baʿal Berit)

Naam in het Grieks

Βάαλ Βεριθ (Baal Berith) – zoals weergegeven in de Septuaginta.

Strongnummers

Hebreeuws: H1170 (Baʿal Berith)
Grieks: De naam heeft geen afzonderlijk Grieks Strongnummer, omdat hij niet als zelfstandig lemma in de Griekse Strong-lijst voorkomt.

Etymologische gegevens

De naam bestaat uit twee elementen: Baʿal (“heer, meester”) en berit (“verbond”). Samen duiden zij een god aan die werd gezien als de beschermer of garant van een verbond. De term sluit aan bij de Kanaänitische religie, waarin Baäl-titels vaak specifieke functies van de godheid aanduiden.

Formuleringen

Statenvertaling: “Baäl-Berith”
Herziene Statenvertaling: “Baäl-Berith”
King James Version: “Baal-berith”

Symbolische betekenis

Baäl-Berith staat in de Bijbel symbool voor het verlaten van het verbond met de HEERE en het sluiten van een vals, afgoderisch verbond. De naam benadrukt de ironie dat Israël een “verbondsgod” diende die in werkelijkheid een afgod was, in plaats van trouw te blijven aan het verbond met JHWH.

Bijbelse Stam

Baäl-Berith behoort niet tot een Israëlitische stam; het betreft een Kanaänitische godheid die vooral in Sichem werd vereerd.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
Vadern.v.t.
Moedern.v.t.
Broersn.v.t.
Zussenn.v.t.
Vrouwn.v.t.
Zonenn.v.t.
Dochtersn.v.t.

Een korte omschrijving

Baäl-Berith is een Kanaänitische godheid die in Sichem werd vereerd als de “heer van het verbond”. De inwoners van Sichem sloten politieke en religieuze verbonden onder zijn bescherming. In het boek Richteren wordt vermeld dat Israël na de dood van Gideon opnieuw verviel in de Baälsdienst en Baäl-Berith diende. De naam benadrukt de tegenstelling tussen het ware verbond met de HEERE en het afgoderische verbond dat de Israëlieten sloten met een Kanaänitische god. De cultus van Baäl-Berith toont hoe diep de religieuze vermenging in deze periode was doorgedrongen.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Richteren 8:33, Richteren 9:4