Betekenissen van de naam Báäla
Báäla betekent “meesteres”, “eigenares” of “vrouwe”, de vrouwelijke vorm van Baäl (“heer, eigenaar”). Als plaatsnaam kan Báäla ook worden verstaan als “plaats die aan Baäl toebehoort” of “stad van de heer”. De Bijbelse naam Báäla verbindt zo eigendom, heerschappij en cultische betekenis met een specifieke locatie in Juda.
Classificatie
Plaatsnaam
Datering
Báäla wordt genoemd in de tijd van Jozua, bij de beschrijving van de grenzen en steden van de stam Juda (late 15e–13e eeuw v.Chr., periode van intocht en vestiging in Kanaän). De naam komt voor in de context van de verdeling van het land en de vastlegging van stamgrenzen.
Naam in het Hebreeuws
בַּעֲלָה (Baʿalah)
Naam in het Grieks
Βααλά (Baala)
Strongnummers
Hebreeuws: H1184
Grieks: Geen specifiek Strongnummer
Etymologische gegevens
Báäla is de vrouwelijke vorm van het woord בַּעַל (baʿal), “heer, eigenaar, echtgenoot”. De uitgang -ah maakt er een vrouwelijke vorm van: “meesteres, eigenares”. Als plaatsnaam kan het duiden op een stad die onder de bescherming of heerschappij van een godheid (Baäl) stond, of eenvoudig op een “eigendom” of “domein” dat zo werd aangeduid.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Baäla
In de Herziene Statenvertaling: Baäla
In de King James vertaling: Baalah
Symbolische betekenis
Báäla symboliseert een gebied dat onder heerschappij staat: hetzij van een menselijke heer, hetzij – in de oud-oosterse context – van een godheid. In de Bijbelse geschiedenis wordt de naam opgenomen in de erfgrenzen van Juda, waarmee duidelijk wordt dat de HEERE uiteindelijk de ware Eigenaar is van het land, ook van plaatsen die in hun naam nog sporen van Baäl‑taal dragen.
Bijbelse Stam
Juda (als stad in de Negev en als grenspunt in het westelijke bergland)
Familie
| Vader | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
| Moeder | Niet van toepassing |
| Broers | Niet van toepassing |
| Zussen | Niet van toepassing |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet van toepassing |
| Dochters | Niet van toepassing |
Een korte omschrijving
Báäla is een Bijbelse plaatsnaam in het erfdeel van de stam Juda. In het boek Jozua wordt Báäla genoemd als stad in de Negev van Juda en als geografisch herkenningspunt in de westelijke bergstreek, in de richting van de kustvlakte. De naam, die “meesteres” of “eigenares” betekent, draagt sporen van de Baäl‑terminologie, maar wordt in de Schrift opgenomen in de beschrijving van het land dat de HEERE aan Juda geeft. Báäla staat daarmee voor een concreet stukje land binnen het beloofde erfdeel, waar de heerschappij van God boven alle andere aanspraken uitgaat.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Jozua 15:9, Jozua 15:10, Jozua 15:11, Jozua 15:29, 1 Kronieken 13:6