Azríkam

Eigennaam ♂

Betekenis: Mijn hulp is ontstaan – hulp tegen de vijand

  1. Zoon van Neárja..
  2. Een afstammeling van Jonathan.
  3. Een leviet (1Kr_9: 14, Neh_11: 15).
  4. De paleisoverste onder Achaz.

Bijbelverzen:

(1 Kronieken 3:23) En de kinderen van Neárja waren Eljoënai, en Hizkía, en Azríkam; drie.

(1 Kronieken 8:38) Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azríkam, Bochru, en Ismaël, en Searja, en Obádja, en Hánan. Al dezen waren zonen van Azel.

(1 Kronieken 9:14) Van de Levieten nu waren Semája, de zoon van Hasub, den zoon van Azríkam, den zoon van Hasábja, van de kinderen van Merári;

(1 Kronieken 9:44) Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azríkam, Bochru, en Ismaël, en Searja, en Obádja, en Hánan; dezen zijn Azels zonen.

(2 Kronieken 28:7) En Zichri, een geweldig man van Efraïm, sloeg Maäséja, den zoon des konings, dood, en Azríkam, den huisoverste, mitsgaders Elkana, den tweede na den koning.

(Nehémia 11:15) En van de Levieten: Semája, de zoon van Hassub, den zoon van Azríkam, den zoon van Hasábja, den zoon van Buni.

Deel dit artikel op: