Azriël

Eigennaam ♂

Betekenis: Hulp is van God

De naam van drie mannen.

  1. De vader van Jerimôth
  2. Een van de dappere familiehoofden uit de stam Manasse, die door de Assyriërs in ballingschap werden gevoerd.
  3. De vader van Zerája, één van de personen die door koning Jójakim was opgedragen Baruch en Jeremía te grijpen en hen gevangen te zetten omdat ze hem de rol van dreigende profetie hadden gestuurd.

Bijbelverzen:

(1 Kronieken 5:24) Dezen nu waren de hoofden hunner vaderlijke huizen, te weten: Hefer, en Jiseï, en Elíël, en Azriël, en Jeremía, en Hodávja, en Jahdíël; mannen sterk van kracht, mannen van naam, hoofden der huizen hunner vaderen.

(1 Kronieken 27:19) Over Zebulon was Jísmaja, de zoon van Obádja; over Nafthali was Jerimôth, de zoon van Azriël;

(Jeremía 36:26) Daartoe gebood de koning aan Jeráhmeël, den zoon van Hammélech, en Zerája, den zoon van Azriël, en Selémja, den zoon van Abdeël, om den schrijver Baruch en den profeet Jeremía te vangen. Maar de HEERE had hen verborgen.

Deel dit artikel op: