Azriël

Betekenissen van de naam Azriël

Azriël betekent “God is mijn hulp” of “hulp van God”. De Bijbelse naam Azriël benadrukt dat echte steun, bescherming en uitkomst uiteindelijk van God komen en niet uit menselijke kracht.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Azriël komt voor in de tijd van de koningen, onder meer in de dagen van David en in de late koninklijke periode vlak vóór de Babylonische ballingschap (7e–6e eeuw v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

עַזְרִיאֵל (‘Azriël)

Naam in het Grieks

Ἀζριήλ (Azriēl)

Strongnummers

Hebreeuws: H5837
Grieks: Geen specifiek Strongnummer

Etymologische gegevens

Azriël is samengesteld uit עֶזֶר / עָזַר (“hulp, helpen”) en אֵל (“God”). Letterlijk betekent de naam “God is hulp” of “God is mijn helper”, een theofore naam die Gods ondersteunende nabijheid belijdt.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Azriël
In de Herziene Statenvertaling: Azriël
In de King James vertaling: Azriel

Symbolische betekenis

Azriël symboliseert afhankelijkheid van Gods hulp in leiderschap, strijd en gehoorzaamheid. De naam onderstreept dat ware kracht en bescherming liggen in Gods trouwe bijstand, ook voor leiders en hofbeambten.

Bijbelse Stam

Naftali (via Jerimoth, overste van Naftali) en Manasse (oostelijk, via de familiehoofden uit het huis van Azriël).

Familie

VaderNiet genoemd
MoederNiet genoemd
BroersNiet genoemd
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing
ZonenJerimoth (overste van Naftali); Seraia (hofbeambte in de tijd van Jojakim); familiehoofden in Manasse worden aan Azriël verbonden
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Azriël is een Hebreeuwse mannennaam in het Oude Testament en betekent “God is mijn hulp”. De naam wordt gedragen door verschillende personen: een stamhoofd in Manasse ten oosten van de Jordaan, de vader van Jerimoth, de overste van Naftali in de tijd van David, en de vader van Seraia, een hofbeambte in de dagen van koning Jojakim. In al deze contexten staat Azriël op de achtergrond van leiderschap, bestuur en hofdienst. De naam benadrukt dat gezag en verantwoordelijkheid in Israël idealiter gedragen worden door vertrouwen op Gods hulp.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Kronieken 5:24, 1 Kronieken 27:19, Jeremía 36:26