Azor

Betekenissen van de naam Azor

Azor betekent “helper”, “hulp” of “degene die ondersteunt”. De naam is verwant aan de Hebreeuwse wortel עזר, die “helpen” of “bijstaan” betekent.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Azor wordt genoemd in de geslachtslijn van Jezus Christus in het Nieuwe Testament. Hij leefde in de periode na de Babylonische ballingschap, in de generaties tussen Zerubbabel en Jozef (1e millennium v.Chr. richting 1e eeuw v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

עָזוֹר (‘Azor)

Naam in het Grieks

Ἀζώρ (Azōr)

Strongnummers

Hebreeuws: Geen specifiek Strongnummer

Grieks: Geen specifiek Strongnummer

Etymologische gegevens

Azor is afgeleid van de Hebreeuwse wortel עזר (“helpen, bijstaan”). De naam drukt het idee uit van iemand die hulp biedt of zelf door God geholpen wordt. Het is een theologisch geladen naam die past binnen de lijn van Davidische namen met een geloofsbetekenis.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Azor
In de Herziene Statenvertaling: Azor
In de King James vertaling: Azor

Symbolische betekenis

Azor symboliseert hulp, ondersteuning en trouw binnen de geslachtslijn van de Messias. De naam benadrukt dat God zijn heilsgeschiedenis voortzet door gewone mensen die deel uitmaken van een groter, goddelijk plan.

Bijbelse Stam

Juda (via de koninklijke lijn van David)

Familie

VaderEliakim
MoederNiet genoemd
BroersNiet genoemd
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing
ZonenSadok
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Azor is een naam uit de geslachtslijn van Jezus Christus zoals vermeld in Mattheüs 1. Hij behoort tot de post‑ballingschapgeneraties die de lijn van David voortzetten. Hoewel er geen verhalende gegevens over hem bekend zijn, speelt Azor een belangrijke rol in de genealogische structuur van het Nieuwe Testament. Zijn naam, “helper”, weerspiegelt de theologische boodschap dat God door de eeuwen heen mensen inschakelt om zijn heilsplan voort te zetten, zelfs in stille en weinig beschreven generaties.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Mattheüs 1:13, Mattheüs 1:14