Azíza

Betekenissen van de naam Azíza

Azíza betekent “sterk”, “krachtig” of “sterk gemaakt”. De Bijbelse naam Azíza legt de nadruk op innerlijke kracht, vastheid en standvastigheid, en kan worden opgevat als “de sterke” of “de krachtvolle”.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Azíza wordt genoemd in de tijd van Ezra, in de periode na de Babylonische ballingschap (5e eeuw v.Chr.), tijdens de hervormingen rond de teruggekeerde Judeeërs.

Naam in het Hebreeuws

עֲזִיזָא (‘Aziza)

Naam in het Grieks

Αζιζα (Aziza)

Strongnummers

Hebreeuws: H5819
Grieks: Geen specifiek Strongnummer

Etymologische gegevens

Azíza is afgeleid van de wortel עזז / עוז, met de betekenis “sterk zijn, krachtig zijn”. De naam drukt “sterkte” of “krachtigheid” uit en behoort tot de groep korte, karakterbeschrijvende namen in het Oude Testament.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Aziza
In de Herziene Statenvertaling: Aziza
In de King James vertaling: Aziza

Symbolische betekenis

Azíza symboliseert kracht, volharding en de roeping om standvastig te blijven, ook wanneer zonde wordt blootgelegd en bekering nodig is. De naam herinnert eraan dat ware kracht zichtbaar wordt in gehoorzaamheid aan Gods Woord.

Bijbelse Stam

Niet expliciet genoemd.

Familie

VaderNiet genoemd
MoederNiet genoemd
BroersNiet genoemd
ZussenNiet genoemd
VrouwEen vreemde vrouw (vreemdelinge) die hij volgens Ezra moest wegsturen
ManNiet van toepassing
ZonenNiet genoemd
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Azíza is een Israëliet uit de familie van Zattu, genoemd in het boek Ezra. Hij behoort tot de mannen die vreemde vrouwen hadden genomen, wat in strijd was met de wet en de heilige roeping van Israël. In de hervormingsbeweging onder Ezra wordt zijn naam genoemd in de lijst van hen die schuld bekennen en bereid zijn hun buitenlandse vrouwen weg te sturen. De naam Azíza, “sterk” of “krachtig”, krijgt zo een geestelijke lading: ware kracht blijkt in het buigen onder Gods Woord en het maken van moeilijke, maar gehoorzame keuzes.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Ezra 10:27