Avith

Betekenissen van de naam Avith

De Bijbelse naam Avith betekent “ruïne”, “vernielde plaats” of “woestenij”. De naam draagt een geografische en historische lading en verwijst naar een plaats die bekendstaat om verlatenheid of verwoesting.

Classificatie

Plaatsnaam

Datering

Avith wordt genoemd in de tijd van de Edomitische koningen, vóór de instelling van het koningschap in Israël (ongeveer 13e–11e eeuw v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

עֲוִית

Naam in het Grieks

Αυίθ (transliteratie: Auith)

Strongnummers

Hebreeuws: H5762
Grieks: Geen afzonderlijk nummer

Etymologische gegevens

De naam Avith is verwant aan een wortel die “verdraaien”, “verwoesten” of “ruïne” aanduidt. Etymologisch verwijst Avith naar een plaats die verlaten, beschadigd of in verval is geraakt. De naam past bij de geografische context van Edom, waar meerdere steden door oorlog en machtswisselingen in verval raakten.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Avith
In de Herziene Statenvertaling: Avith
In de King James vertaling: Avith

Symbolische betekenis

Symbolisch staat Avith voor vergankelijkheid en de kwetsbaarheid van menselijke macht. De naam herinnert eraan dat zelfs koninklijke residenties kunnen vervallen wanneer zij niet door God worden bevestigd.

Bijbelse Stam

Avith ligt in het gebied van Edom en is niet verbonden aan een Israëlitische stam.

Familie

RelatieNaam
VaderNiet van toepassing
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Avith is een Bijbelse plaatsnaam in Edom en wordt genoemd als de woonplaats van koning Hadad, een van de vroegste Edomitische heersers. De naam betekent “ruïne” of “vernielde plaats”, wat mogelijk duidt op de toestand of geschiedenis van de stad. Avith maakt deel uit van de genealogische en historische opsomming van Edoms koningen in Genesis en Kronieken. De naam Avith benadrukt de vergankelijkheid van aardse macht en vormt een geografische verwijzing binnen de geschiedenis van de volken rondom Israël.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 36:35, 1 Kronieken 1:46