Áven

Betekenissen van de naam Áven

De Bijbelse naam Áven (Aven) betekent “ijdelheid”, “leegte”, “onrecht”, “ongerechtigheid” of “afgoderij”. In de Bijbel wordt Áven gebruikt als spottende of veroordelende naam voor plaatsen die gekenmerkt worden door afgoderij, geweld en leegheid, in plaats van ware dienst aan God.

Classificatie

Plaatsnaam

Datering

De naam Áven komt voor in profetische teksten uit de 8e–6e eeuw v.Chr., onder andere bij Amos en Ezechiël, in de periode van de Assyrische en Babylonische dreiging.

Naam in het Hebreeuws

אָוֶן

Naam in het Grieks

Geen vaste eigennaam; in de Griekse vertaling wordt Áven meestal inhoudelijk weergegeven met woorden voor “ijdelheid” of “ongerechtigheid” in plaats van als aparte naam.

Strongnummers

Hebreeuws: H205
Grieks: Geen afzonderlijk nummer als eigennaam

Etymologische gegevens

Áven is afgeleid van een wortel die wijst op “leegte”, “ijdelheid” en “onheil”. Het woord wordt zowel als zelfstandig naamwoord (“ongerechtigheid”, “afgoderij”) als in plaatsnamen gebruikt, bijvoorbeeld in Bikath-Áven (“vallei van Áven”) en Beth-Áven (“huis van Áven”). Etymologisch draagt Áven een sterk negatieve lading van zinloosheid en zondige leegheid.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Aven
In de Herziene Statenvertaling: Aven
In de King James vertaling: Aven

Symbolische betekenis

Symbolisch staat de naam Áven voor leegheid, afgoderij en schijnvroomheid. Waar de Bijbel een plaats Áven noemt, wordt die locatie getekend als centrum van onrecht en valse godsdienst. De Bijbelse naam Áven functioneert zo als profetische aanklacht tegen alles wat uiterlijk indrukwekkend lijkt, maar geestelijk leeg en goddeloos is.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing.

Familie

RelatieNaam
VaderNiet van toepassing
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

De Bijbelse naam Áven is in de eerste plaats een Hebreeuws woord voor “ijdelheid” en “ongerechtigheid”, maar wordt ook als plaatsnaam gebruikt. Profeten gebruiken Áven om gebieden van afgoderij en onrecht te typeren, bijvoorbeeld de “vallei van Áven” in Aram en in samenstellingen als Beth-Áven. De naam Áven is daardoor geladen met profetische kritiek: hij ontmaskert steden en cultusplaatsen als leeg, zinloos en vijandig aan de HEERE. In Bijbelse naamstudie is Áven een sleutelbegrip voor de tegenstelling tussen ware, Godgerichte dienst en lege, afgodische schijn.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Ezechiël 30:17, Hosea 10:8